Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achte spreker zoodanigen uitleg, als hij aan art. 7 geeft, van mij kan verwachten, is mij niet duidelijk, en hij moet, dunkt mij, zoo iets nauwelijks denkbaar achten bij welken Minister ook. Het zou geheele miskenning zijn van den aard der maatregelen van algemeen bestuur. De taak dezer Vergadering zou bij zoodanig begrip dier maatregelen zeer vereenvoudigd worden, indien men, namelijk, de leemten der wetgeving op die wijze kon aanvullen.

„Die maatregelen," zegt de geachte spreker, en dit is zijn tweede bezwaar, „zullen regelen kunnen stellen ten aanzien van hetgeen als last van het waterschap kan worden aangemerkt."

Dit is eene uitdrukking, door hem aan een der gedrukte stukken ontleend. Wat zal, vraagt hij, het gevolg zijn? en hij meent dat het dijkrecht zal kunnen worden uitgelegd bij algemeenen maatregel van inwendig bestuur.

Indien wij het zoover kunnen brengen met maatregelen van inwendig bestuur, dan zijn er geene wetten meer noodig. Maar is dit aannemelijk, en mag hetgeen de geachte spreker uit de gedrukte stukken heeft aangehaald, zóó worden verklaard? Hoegenaamd niet. De maatregelen van inwendig bestuur zijn hier genoemd in het verband, waarin zij in andere van onze nieuwe wetten genoemd worden, in onmiddellijk verband namelijk met de wet. Zij moeten rusten op eene bepaalde wet; zij moeten het uitvloeisel zijn van die wet; de wortel, het beginsel van den maatregel moet in de wet zijn. Zoo men dit begrip voor oogen houdt, zal men oordeelen, dat het noemen van algemeene maatregelen hier zoo min achterwege kan blijven, als in andere wetten. Ik geloof toch niet, dat eene algemeene wet tot regeling van den waterstaat zou kunnen worden voorgedragen of door deze Vergadering goedgevonden, die niet op zeer vele punten zich enkel bepaalde tot algemeene beginselen, waarvan de ontwikkeling binnen aangewezen perken aan maatregelen van inwendig bestuur werd overgelaten. Welnu, dan zullen de maatregelen van algemeen bestuur gevolgen dier wet zijn; maar uit het tegenwoordig voorstel kan gewis de bevoegdheid niet ontleend worden, om ten aanzien der bestaande wetten andere of verder grijpende maatregelen van bestuur uit te vaardigen, dan die de Kroon ook op dit oogenblik, zonder dit artikel 7, zou kunnen nemen.

„Inrichting, een rekbaar woord", heeft men gezegd. Wat brengt de inrichting mede? Ik erken, Mijne Heeren, wat de inrichting medebrengt is niet vatbaar voor eene algemeene omschrijving voor alle gevallen. Het onderwerp nader te omschrijven, is mij ten minste niet gelukt, en de geachte spreker heeft de proef ook niet genomen. En dan vraag ik of het niet veeleer eene verdienste is van dit ontwerp van wet, de inrichting te hebben genoemd; eene verdienste, vooral in het oog van diegenen, die zoo zeer misbruik van macht vreezen; inrich-

Sluiten