Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 December. Hoofdstuk VII der Staatsbegrooting (Roomsch-Katholieke Eeredienst). Algemeene beraadslaging.

Afzonderlijke ministeriën van eeredienst. Hebben zij reden van bestaan ?

Onwillekeurig gaf de beraadslaging over dit hoofdstuk aanleiding om zich opnieuw in de gebeurtenissen van April te verdiepen. Van de zijde van Rome was beweerd, dat over de invoering der bisschoppelijke hierarchie eene voorafgaande mededeeling aan het vorig gouvernement was gedaan. Kon echter hetgeen in partikuliere gesprekken over die zaak was gezegd, als eene officieele of officieuse mededeeling gelden ?

Mijnheer de Voorzitter, de Minister is dezen ochtend begonnen met de verdediging van het bestaan van afzonderlijke Ministeriën van Eeredienst.. De Minister is daardoor, zou men kunnen zeggen, teruggetreden in eene discussie van gisteren, die evenwel geacht kan worden heden opnieuw, nu het departement van Katholieken Eeredienst aan de beraadslaging is onderworpen, te zijn geopend. De Minister heeft zich bij dat betoog beroepen op andere landen, op de botsingen, die in andere landen plaats vonden. Dit kon, zeide hij, door afzonderlijke Ministeriën van Eeredienst worden voorgekomen. Ik meen, Mijne Heeren, dat er in andere landen, waar de betrekking tusschen de kerkgenootschappen en den Staat geheel anders is dan hier mag zijn, redenen kunnen zijn voor liet bestaan van dergelijk departement. Wij daarentegen hebben een gemeen beginsel met die landen, waar dergelijke ministeriën niet bestaan.

De Minister vraagt: hoe kan men hem beschermen, hem bezoldigen, dien men niet kent? Ik erken, Mijne Heeren, onder alle vereenigingen in den Staat is er geene, die de Staat in lioogere mate heeft te sparen, te eerbiedigen en te beschermen dan de kerkgenootschappen. Maar zijn daarvoor afzonderlijke departementen noodig? Een betoog, waaruit ■ dat bleek, heb ik niet gehoord. Wordt, om te leeren kennen', hetgeen ter bescherming en bezoldiging moet worden gekend, een afzonderlijk Minister vereischt? Ik kan het niet. aannemen.

De noodzakelijkheid, heeft de Minister gezegd, van afzonderlijke Ministeriën van Eeredienst, „vloeit voort, uit de teederheid der aangelegenheid. Hij, de Minister, geplaatst aan het hoofd van zulk een departement, zeide de Minisiter, „moet zich vereenzelvigen met de eigenaardigheden, behoeften en belangen der kerkgenootschappen." Hij moet zich vereenzelvigen met de eigenaardigheden, behoeften en belangen der kerkgenootschappen! Mijne Heeren, ziedaar de hoofdreden, waarom ik steeds tegen afzonderlijke Ministeriën van Eeredienst was. De kelkgenootschappen mogen, mijns inziens, evenmin een bijzonder orgaan in de Regeeringals de Regeering in eemig harer deeilen een Protestantsch of Roomsch karakter mag hebben. De regeeringszaken moeten

Sluiten