Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den loop van deze discussie diezelfde beschuldiging niet klimmende heftigheid herhaald. Wij hebben het gehoord bij de preliminaire beraadslaging; wij hebben het opnieuw gisteren gehoord, wat de spreker van eene partij, die zoo gaarne op deze Regeering zou leunen, zeide: ■ •deze Kamer kan dat voorstel niet aannemen." Waarom niet?

Het geldt, meent men, een strijd op leven en dood tusschen dit en het vorig Ministerie. Het is een partij-oorlog, een partij-oorlog, waarin de richting van het tegenwoordig Ministerie moet gehandhaafd, en de bedoeling van het voorstel en van de voorstellers gekeerd worden.

1. De richting van het tegenwoordig Ministerie moet worden gehandhaafd. Ik heb wel vernomen. Mijnheer de Voorzitter, meer dan eens, dikwerf sedert eenigen tijd in deze Vergadering, dat men aan dit Ministerie, met hartstochtelijkheid, met een groot verlangen althans, eene richting, tegenovergesteld aan die van het voorgaand Gouvernement, aanbeveelt of opdringt. Ik zal in het voorbijgaan zeggen, dat dit zoo vaak wederkeerende verschijnsel een opmerkelijk bewijs is, hoe onjuist het beweren was, dat niet dit, maar dat het voorgaand Gouvernement als oppositie aan het bewind was gekomen. Aan dit Gouvernement wil men de rol, de taak van oppositie tegen zijn voorganger in alles opleggen. Maar het vorig Gouvernement is aan het bewind gekomen om de taak te volvoeren, die zijn voorganger had laten steken en niet kon volbrengen.

Het is echter ten aanzien van het tegenwoordig Gouvernement niet bij opdringen van oppositie tegen zijn voorganger gebleven. Ik moet het erkennen, wij hebben ook van dit Gouvernement zelf van tijd tot tijd verklaringen gehoord, wij hebben handelingen gezien, die eene andere richting aanduiden, dan die van de vorige Regeering; bewijzen evenwel, over het algemeen genomen, zoo ik mij niet bedrieg, meer negatief dan stellig. Wij hebben hier van een Minister gehoord, dat ook dit Ministerie verlangde liberaal te zijn, schoon in een anderen zin in een onigekeerden zin wellicht, dan het vorige Ministerie.

Er zi jn — ik za.1 er enkele aanvoeren — punten aan den dag gekomen, waaruit eene andere richting zou kunnen worden afgeleid.

Zal ik daaronder in de eerste plaats de kerkelijke zaak noemen? Een punt waarop door het vorig Gouvernement grootere vrijheid is gelaten, dan dit Ministerie, uit vrees voor eene opgewekte gevoeligheid, wellicht zou gewenscht hebben te doen; doch waarop het gedrag van deze Regeering de vorige volkomen heeft gerechtvaardigd.

Eene kritische lijst van afwijkende meeningen ten aanzien van sommige punten onzer organieke wetgeving, eene lijst, in het manifest van 26 April te vinden. Eene officieele verklaring van afwijkende meeningen, welke, door een Ministerie nog geen week oud gegeven, tamelijk voorbarig moest schijnen. En wat hebben wij sedert van de Ministers gehoord? Zeven of acht maanden later hebben zij verklaard dat aan

Sluiten