Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

instelling, dus aan eene instelling, die voor een gedeelte ook gemeenteinstelling is, wordt onder de noodzakelijke gemeente-uitgaven begrepen.

Ik meen — althans was dit mijne meening — dat zij, die het subsidieeren van armen-instellingen hebben tegengesproken, niet bedoelden, dat de gemeente-overheid zou worden belemmerd in het doen van uitgaven voor instellingen, die óf geheel óf gedeeltelijk instellingen van de gemeente zelve zijn.

Artikel 59. Het ontwerp schreef voor: „Sa het in werking komen dezer wet, mogen geene subsidiën, uit de fondsen van burgeilyke gemeenten aan besturen van instellingen van weldadigheid worden toegestaan, dan bij een met redenen omkleed besluit van den gemeenteraad. De heer Elout van Soeterwoude wilde de woorden: „dan bij een met redenen omkleed besluit van den gemeenteraad" schrappen, en een nieuw lid aan het artikel toevoegen: „Bijzondere, door Ons te nemen besluiten, wijzen de gemeenten aan in wier belang, uit hoofde van bijzondere omstandigheden, van die bepaling kan worden afgeweken.

Mijnheer de Voorzitter, de amendementen van den geachten spieker zijn wel in de richting die ik voorsta; moesten zij echter zóó blijven als zij nu zijn opgesteld, dan zou ik ze niet kunnen aannemen.

Vooreerst het amendement op art. 59. „Na het in werking komen dezer wet mogen geene subsidien, die vroeger niet werden verleend, of tot een hooger bedrag dan vroeger uit de fondsen van burgerlijke gemeenten aan besturen van instellingen van weldadigheid woiden toegestaan."

Ik heb tweeërlei bedenking. Vooreerst, indien het artikel zóó gelezen wordt als de geachte voorsteller nu wil, welk zal het. gevolg zijn? Het gevolg zal zijn dat in den regel de subsidiën thans verleend ook in het volgende jaar, ook over 2 en 3 jaar nog zullen worden toegestaan. Tegenwoordig — ik wil niet zeggen dat dit in. alle gemeenten naai behooren geschiedt, — raadpleegt men althans in onderscheidene gemeenten telken jare met zorg of het subsidie van het vorig jaar wel zal woiden verleend in het volgende, of het niet zou kunnen woiden verminderd. Ik vrees dat het gewicht van die deliberatie, wanneer het artikel zóó zal luiden als nu de geachte spreker voorstelt, vooral ook in verband met zijn tweede amendement, dat op art. CO, zeer zal worden verzwakt. Zal men daarin niet, zullen de diakonieen inzonderheid het niet zoo verstaan, eene bevestiging vinden van hetgeen op dit oogen blik als subsidie wordt verstrekt?

Eene tweede bedenking betreft hetgeen de geachte spreker zou wenschen aan art. 59 toe te voegen: ..Bijzondere, door Ons te nemen besluiten wijzen de gemeenten aan, in wier belang, uit hoofde van bijzondere omstandigheden, van die bepaling kan worden afgeweken. ' De geachte spreker stelt dus in de plaats van het gemeentegezag, van

Sluiten