Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spreker ondervond, dat ook niet al wat door Kamers van Staten-Gene-

raal wordt goedgekeurd, daarom populair is.

Dit ontwerp heeft den schijn, in beide opzichten waarin de belasting op het gemaal mij voorkomt, schadelijk, ja verderfelijk te zijn. voor de volksvoeding en voor de nijverheid, den druk te zullen verlichten. Maar

is het méér dan schijn?

Ik behoor, Mijnheer de Voorzitter, in deze Vergadering tot de meest

onbekenden met de techniek van het gemaal. Maar ik wil zeggen, ik acht het plicht dit te doen, welken indruk dit ontwerp toen het inkwam, mij gaf, een. indruk die op eene voor mij verrassende wijze bevestigd is door hetgeen de spreker uit friesland (de heer Ter Bruggen Hugenholtz) zooeven opmerkte. Het ontwerp gaf mij den indruk, alsof het op aanhouden vau iemand, die zijn geluk met de nieuwe meelbereiding wilde beproeven, was ingediend, zonder voorafgegaan omvattend onderzoek, zonder raadpleging van de kamers van koophandel of %an

ander deskundig publiek.

Wat is er voorts gebeurd? Op onze .sectieberaadslaging volgde spoedig een verslag, en ik meen, dat niemand van de geeerde leden, die de Commissie van Rapporteurs uitmaakten, het mij kwalijk zal nemen indien ik dat verslag oppervlakkig noem, zooals het van leden, m met het oog op den bijzonderen aard des onderwerps gekozen, niet x oorgelicht van buiten, nauwelijks anders kon worden verwacht. \\ at doet de Regeering? Zij bepaalt zich tot beantwoording van het stuk.

Ondertusschen, alvorens dat antwoord van de Regeering inkwam hadden niet alleen vele belanghebbenden, maar onderscheidene kamers van koophandel zich uit eigen beweging doen hooren. De kamers van koophandel betoogen dat deze wet haar doel niet zal bereiken; dat. ten aanzien der gebouwen, der bewerking van het graan, en der contro e voorschriften worden gegeven of onderstellingen aangenomen, welke met de natuur dezer fabriek en harer grondstof in strijd zijn, dat het ontwerp zelfs onze gewone molens, tegen welke bet een voordeel aan nog niet aanwezige mededingers schenkt, belet de verbeteringen 111 e voeren, welke het zegt te willen begunstigen.

Die bedenkingen, schoon vóór de Memorie van Beantwoording ingeleverd, vind ik daar niet wederlegd; ik vind zelfs geene poging tot wederlegging beproefd. En hoe ging het daarmede tot dusverre in deze

discussie.

Naar het mij voorkwam, was de toeleg van hen, die het. ontwerp verdedigden, die bezwaren voorbij te gaan. Of is het iets anders, wanneer ik hooide beweren, dat hare wederlegging tot de behandeling der artikelen kan worden verschoven? Neen, zij moeten nu reeds worden aangevat, opdat de behandeling ons oordeel vestige over het karakter der wet in het algemeen. Het geldt hier niet één bezwaar, maar een sa-

Sluiten