Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De Gouverneur-Generaal kan aan de leden van den Raad bijzondere conitnrissien opdragen en hen niet zendingen in Nederlandsch Indie belasten, mits, behalve de vice-prasident, twee leden ter hoofdplaats aanwezig blijven."

Wat zal nu den Gouverneur-Generaal beletten aan te nemen, dat wanneer er slechts twee leden en de vice-president in de hoofdplaats zijn, hij voldoet aan het reglement en dat hij beschikken kan over de andere leden tot zendingen elders? Mij dunkt die opvatting is natuurlijk. Het is eene uitnoodiging of kan althans als eene uitnoodiging aan den Gouverneur-Generaal worden beschouwd, om tot dergelijke zendingen inzonderheid leden van den Raad van Indie te bezigen.

De geachte afgevaardigde uit Steenwijk (de heer van Lennep) vreest, dat wanneer dit artikel wegvalt, de Gouverneur-Generaal al de leden van den Raad van Indie op reis zal kunnen zenden. Ik deel in die vrees niet. Ik ben van oordeel, dat de Gouverneur-Generaal, om te kunnen beschikken over de leden van zoodanig college, van een college dat niet hem regeert, machtiging van liooger hand behoeft, en dat wanneer die macht niet is gegeven, het in den Gouverneur-Generaal niet kan opkomen de leden van den zetel van het college weg te zenden en hun werkzaamheden te doen waarnemen, die eigenlijk niet tot hunne taak beliooren. Voeg daarbij dat wanneer dit artikel nu, nadat het is voorgesteld, vervalt, het dan duidelijk blijkt, dat men die bevoegdheid aan den Gouverneur-Generaal niet wil toekennen.

De spreker uit Rottendam (de heer Raud) heeft gewezen qp andere verhinderingen, op ziekte bijv. Daartegen is gewis niets te doen; maar hier geldt het eene vrijwillige handeling van den Gouverneur-Generaal.

Schoon het mij, evenals den Minister en den afgevaardigde uit Rotterdam wenschelijk voorkomt, dat men leden van den Raad mocht kunnen bezigen voor dergelijke missiën, moet, dunkt mij, de gewone taak. die op hen rust, toch zwaarde»- wegen, en kan ik mij niet voorstellen, bij het geringe getal leden van den Raad, dat juist onder hen alleen de man zal te vinden zijn die deze of gene missie waardig kan vervullen. Het is, dunkt mij, niet twijfelachtig, dat, welke missie men zich ook voorstelle, buiten die vier leden van den Raad, in Indie, eene goede keus zal kunnen worden gedaan. En al vond men zich in eenige verlegenheid, dan nog zou mij het gewicht van de werkzaamheden van den Raad zoo groot voorkomen, dat men beter deed een minder uitstekend man te nemen, en het college van den uitstekendste van allen niet te berooven.

Ik kan geen genoegen nemen met het amendement, met den halven maatregel, voorgesteld door den geachten spreker uit Nijmegen (den heer van Nispen). Die geachte spreker wil enkel voorzien in het geval van art. 33. Mij dunkt, indien zoodanig geval door den Gouverneur-Generaad wordt gevreesd, kan hij daarin bijtijds voorzien; hij zal die leden

Sluiten