Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

np reis zenden, waarbij hij tegenstand denkt te ontmoeten, en dan zal de bepaling van art. 33 niet te pas komen. Ik geloof ook uit dien hoofde, dat het amendement geen doel zal treffen.

Eene laatste opmerking, Mijnheer de Voorzitter. Uit de geschiedenis is ons door den afgevaardigde uit Steenwijk (den heer van Lennep) voor oogen gesteld, dat leden van hooge regeerende vergaderingen gecommandeerd zijn om deze of gene zending te vervullen. Ik meen den geachten sipreker te mogen herinneren de vele gevallen in onze geschiedenis van vroegeren en lateren tijd, ook van vroegeren tijd, welken de geachte spreker wellicht liever heeft dan dien wij beleven, de menigvuldige gevallen, zeg ik, waarin leden uit regeerende vergaderingen zijn verwijderd, omdat men meende het doel beter zonder dan met hen te kunnen bereiken.

24 Juli. Indien het artikel verworpen werd, herhaalde de heer Godefroi, dan zou de gouverneur-generaal krachtens de gewone regelen der ambtelijke hierarchie de bevoegdheid hebben, zendingen aan de leden vau den raad van nederlandsch Indie op te dragen.

Ik meen op de bedenking van den voorgaanden spreker (den heer Godefroi) in de vorige zitting te hebben geantwoord. De GouverneurGeneraal kan, geloof ik, niet geacht worden zoodanige bevoegdheid te hebben, wanneer die niet door de wet wordt opgedragen. De Gouverneur-Generaal is geenszins meester van de leden van den Raad. Deze zijn, dunkt mij, aangesteld om als leden van dat college daarin die taak te vervullen, waartoe het bestemd is. Het gaat niet aan, den Gouverneur-Generaal eene willekeurige macht toe te kennen onn aan ambtenaren, vooral aan leden van een op de wet gegrond college, andere verrichtingen op te dragen dan waartoe zij zijn aangesteld. Zoo dit in het algemeen waar is, het geldt bijzonder ten aanzien van hen, die met den Gouverneur-Generaal gezamenlijk een wetgevend lichaam uitmaken voor de koloniale aangelegenheden. Ik ben dus hoegenaamd niet bevreesd dat een Gouverneur-Generaal zich zoodanige macht zou kunnen aanmatigen; te minder, wanneer dit artikel, eens voorgedragen, door deze Vergadering wierd afgestemd; tot een duidelijk bewijs, dat men zoodanige macht onvereenigbaar rekende met de bestemming van den Raad van Indie.

Artikel 40: „De Gouverneur-Generaal is, met opzigt tot de uitoefening van zijne waardigheid, verantwoordelijk aan den Koning, onverminderd het regt tot vervolging bij art. 159 der Grondwet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal toegekend."

Mijnheer de Voorzitter, ik heb onderscheidene bedenkingen tegen art. 40, die mij leiden tot liet besluit, dat het artikel mtoet vervallen. Vooreerst, bedenkingen tegen het eerste gedeelte van dit artikel, en ten andere, tegen den samenhang van de tweede zinsnede met de eerste:

Sluiten