Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukt is, slaan de woorden: „voor zooverre de uitvoering tot zijnen werkkring behoort of uitdrukkelijk door den Minister van Koloniën aan hem is opgedragen" zonder eenigen twijfel op no. 1 zoowel als op no. 2. Lees nu: „voor zoo ver die uitvoering tot zijnen werkkring behoort en uitdrukkelijk door den Minister van Koloniën aan hem is opgedragen", dan zullen deze twee kenmerken moeten samenkomen. De uitvoering moet èn tot zijn werkkring behooren èn aan hem dooi* den Minister van Koloniën zijn opgedragen. Diat is echter de meening niet en mag het niet zijn Daarom stel ik voor— en ik denk de Minister zal dit als eene verbetering van zijn opstel gelieven aan te merken de woorden „tot zijn werkkring behoort of uitdrukkelijk" weg te laten, en eenvoudig te lezen „voor zoo ver die uitvoering door deni Minister van Koloniën aan bent is opgedragen." Dit en dit alleen moet er, dunkt mij, staan.

Ik heb gewaagd van de bestaande organisatien en aangenomen gewichtige beginselen van regeering in betrekking tot diit artikel. Het was echter mijne meening' niet, en het is nog niet, dat die in dit artikel zouden moeten worden opgenomen.

Ik verlang dit in geenen deele. Ik wensch niet in dit reglement de onbepaaldheid van strafrecht te brengen, die van dergelijke bijvoeging het noodzakelijk gevolg zou moeten zijn. Ik wensch ook geenszins den drang te verminderen, die bij den Minister van Koloniën moet bestaan om die organisatien en beginselen te vervatten in Koninklijke besluiten of hetgeen ik liever zou zien, in voordrachten van wet.

De Gouverneur-Generaal mag zoo 'min als een ander aan een hoogst onbestemd strafrecht worden blootgesteld, en hetgeen in die bestaande organisatien en aangenomen gewichtige beginselen nadere vaststelling behoeft, moet zoo spoedig mogelijk worden vastgesteld. Ik wil den Minister geen vrijbrief geven om gewichtige instellingen en beginselen te laten in den vormloozen toestand, waarin zij nu zijn.

In de derde plaats, Mijnheer de Voorzitter, moet ik eene opmerking van het geachte lid uit Zevenaar (den heer van Nispen) ondersteunen. Dat geachte lid heeft, dunkt mij, te recht de bedenking gemaakt, dat, daar bij lit. d alleen gesproken wordt „van het nemen van beschikkingen of het geven van bevelen, waardoor (hij wist of weten moest, dat bepalingen van dit reglement of van andere voor Nederlandsch Indie verbindende wetten of algemeene verordeningen worden geschonden", men niet gelet heeft op hevelen, waardoor verdragen zouden worden geschonden. Onder lit. I>. is alleen spraak van verzuim der uitvoering. Hier onder lit. d. wordt gesproken van stellige bevelen, waardoor wetten en algemeene verordeningen worden geschonden. Ik geloof met den afgevaardigde uit Nijmegen, dat hier evenzeer tegen schending van verdragen moet worden gewaakt.

25 Juli. Artikel 45. Regeling van de bevordering, het ontslag en

Sluiten