Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klier; om 12 uur kreeg hij huiveringen en om 5 uur had hij secundaire klierzwelling aan den hals. Dit geval verliep zeer spoedig doodelijk.

De pijn der secundaire bubonen is ook bij druk in het algemeen geringer dan die der primaire.

Klinisch is de pestbubo een pijnlijke kliertumor, gepaard met ontsteking van het periglandulaire weefsel. De grootere bubonen zijn reeds bij inspectie te herkennen, de kleinere alleen bij palpatie. Vaak bestaat reeds pijn bij druk voor de klierzwelling kan worden gevoeld. De consistentie van de klier is van weinig beteekenis. De bedekkende huid is eerst week en plooibaar, later gespannen, verdikt, moeilijk op te lichten en te plooien. Soms na enkele uren, vaak eerst na dagen is de eerst scherp omschreven klierzwelling volledig ontwikkeld. De huid is dan glad gespannen, matglanzend, vaak donkerrood en warmer dan de omgeving. De omtrek van de klier zelf is daardoor veelal niet duidelijk door te voelen. De bubo is dus later niet scherp begrensd, maar gaat in de geïnfiltreerde of oedemateuse omgeving over. Vaak is de oppervlakte plat-knobbelig door samenvloeiing van verschillende klieren. Soms zijn ook in den omtrek buiten den eigenlijken bubo kleine, harde, weinig of niet pijnlijke klieren te voelen.

In de eerste dagen geeft druk met den vinger vlakke dellen door het bestaande oedeem, dat zich oorspronkelijk beperkt tot de streek van den bubo zelf. Later wordt ook zonder dat hij verettert de bubo weeker en breidt zich het oedeem sterk uit. Druk op het oedeem buiten het gebied van den bubo zelf is in den regel niet pijnlijk. Huidbloedingen, blaren, karbunkels, erisipelateuse roodheid en dergelijke kunnen het beeld wat wijzigen, doch niet essentieel.

Waarom de bubonen soms snel groeien en zeer groot worden en in andere gevallen buitengewoon klein blijven, is niet bekend. Een verband tusschen de snelheid van den groei, de grootte van den bubo en de zwaarte van de in-

KLINISCHE VERSCHIJNSELEN PESTBUBO.

Sluiten