Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DIGESTIEORGANEN.

URINE.

OEDEEM.

HYDROl'EltlCARD.

Van den kant der spijsverteringsorganen zijn in den regel de klachten van weinig beteekenis. Over de vergroote parotis, die het eigenaardig breede gelaat veroorzaakt, klaagt de patiënt in het geheel niet. De klacht over volheid en druk in de maagstreek berust veelal op afwijkingen in den bloedsomloop. De eetlust is in den regel goed; braken is bij menschen met hartinsufficientie een zeer ongunstig teeken. Ik herinner mij niet, een dergelijken patiënt te hebben zien genezen. Over de lichte maagdarmklachten, die voorkomen in het prodromaalstadium, spreken wij hier niet nader. Milt en lever vertoonen in den regel geen afwijkingen. Een acute leververgrooting bij benauwde beri-berilijders is prognostisch een zeer ongunstig teeken.

De hoeveelheid urine is meestal verminderd, vooral bij hydropische en acute beri-beri. Toename van het quantum is prognostisch gunstig. De kleur is meestal donker, het soortelijk gewicht hoog en eiwit alleen aanwezig bij sterke stuwing.

Oedeem is bij beri-beri zeer verschillend aanwezig, soms zeer sterk, soms geheel afwezig, soms lang blijvend, soms zeer vluchtig. Het zetelt bij voorkeur aan den voorkant van het scheenbeen, zoodat men bij deze ziekte het eerst zoekt naar de al of niet aanwezigheid van pretibiaal oedeem. Bij hydropische beri-beri kan het zeer belangrijk worden, zoodat het soms zelfs universeel is. Een eigenaardig verschil met stuwingsoedeem is hierbij, dat men lang niet zoo spoedig en lang niet zoo sterk oedema scroti et penis waarneemt.

De zweetsecretie is in den regel afgenomen.

De transsudaten in de sereuse holten houden lang niet altijd gelijken tred met het oedeem; met name bestaat dikwijls hydropericardium, waar geen oedemen worden aangetroffen. Van deze transsudaten komt de uitstorting in het hartezakje altijd het eerst en is relatief altijd het sterkst.

Ik wil over de symptomatologie van het hydropericard bij

Sluiten