Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de gibbon en bij de gorilla komt dezelfde soort voor als bij den mensch. De ankylostoma, die men bij tal van andere dieren, bijv. den hond zeer algemeen vindt, vormen andere soorten.

De eieren ontwikkelen zich in het darmkanaal niet verder

f).\ I II /aA/>

Lisa. dan tot de vorming van deelingskogels, zooals U ze meermalen

in de natuur hebt gezien. Voor de verdere ontwikkeling is veel zuurstof noodig, die in den darm niet gevonden wordt. Zijn de faeces echter geloosd, dan kan de ontwikkeling snel voortgaan, zoodat men in faeces van één dag oud reeds eieren kan vinden, waarin de gevormde larven zich bewegen, terwijl er dan ook al larven kunnen zijn uitgekomen. Deze gelijken zeer veel op de anguillula stercoralis, die gij zeker wel meermalen gezien zult hebben, of die ik IJ anders gemakkelijk zal kunnen toonen, daar zij dikwijls wordt aangetroffen. De ankylostomumlarven zijn in den aanvang een vijfde tot een vierde mM. lang; zij worden weldra grooter en gaan één of twee maal vervellen, waarbij echter de oude huid niet wordt afgestroopt, maar als een soort kapsel om het dier blijft zitten. Het wordt daardoor mindpr bewegelijk, maar veel meer resistent, zoodat een dergelijke geënkysteerde larve vrij sterke uitdroging verdraagt en wel zeven maanden kan blijven leven. De wijze nu, waarop deze larven weer in het menschelijk lichaam terugkeeren is tweeërlei; vooreerst kan dit geschieden per os, bij opname van voedsel, drinkwater en dergelijke, maar in de tweede plaats kunnen zij ook door de huid heendringen. Dit is toevallig ontdekt door den grooten helmintholoog Looss; deze werkte met ankylostomumlarven en liet toevallig een druppel met een cultuur daarvan op zijn hand vallen. Hij voelde toen een stekende pijn, maar gaf daar verder geen acht op, doch eenige weken later vond hij ankylostomum-eieren in grooten getale in zijn faeces, hoewel infectie per os met zekerheid uit te sluiten was. Hij is toen verder gaan zoeken, en heeft door mikroskopische

Sluiten