Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

te vestigen. Oppervlakkig beschouwd scheen dat Ghetto ruim genoeg voor ongeveer vijf millioen Joden, want het strekte zich uit over 25 gouvernementen in Litthauen, Wit- en Klein-Rusland en Polen, met sen totale bevolking van ongeveer vier en veertig millioen zielen; in verkelijkheid echter was het een eng verblijf van diepe ellende, niet soozeer omdat in een gebied van 50 werst van de grens hun het wonen vas verboden, maar vooral omdat zij verplicht waren zich in de weinig tilrijke steden te vestigen. Hier opgehoopt — op elkaar gestapeld, zou men dikwijls kunnen zeggen —, door overvloed van aangeboden werkkrachten gedwongen een maximum van arbeid te verrichten voor een armzalig loon, waren zij, voor de overgroote meerderheid, aan de bitterste armoede ten prooi; van hunne schamelheid hadden zij nog allerlei buitengewone lasten op te brengen om naar hunne zeden te mogen leven en niettemin stonden zij bloot aan de willekeur der ambtenaren,

of, wat het ergste was, aan de uitbarstingen van blinden geloofshaat. Hun toestand was zoo deerniswekkend, dat rijke geloofsgenooten in het Westen ten slotte middelen bijeenbrachten om emigratie te vergemakkelijken en aan vele ongelukkigen is dit ten goede gekomen; doch om de groote massa te helpen, daarvoor zouden zulke geweldige sommen noodig zijn, dat er geen denken aan was.

Uit den aard der zaak kon een stelsel, als in Rusland onder Alexander III heerschte, den Franschen republikeinen geen sympathie inboezemen en een staatkundige verbinding tusschen beide landen niet bevorderen,

waarbij nog kwam, dat president Grévy weinig gevoelde voor diplomatieke pogingen om een einde te maken aan de vereenzaming van Frankrijk. Anderzijds kon de Fransche republiek een autocraat als den toenmaligen Czar weinig aantrekken, evenmin als de snelle wisseling van ministeries in Frankrijk en de binnenlandsche moeilijkheden, waarmee het te kampen had, geschikt waren om hem vertrouwen te geven in de kracht der Republiek.

Frankrijk doorleefde ernstige tijden, ook nadat in den zomer van 1887 Bhmeniand-

het Boulangistisch gevaar voorloopig scheen afgewend. De ontdekking heden ln

van een schandelijken handel in ridderordes veroorzaakte een presiden- Frankrijk.

. , , , n / Het gedwon-

tieele crisis. Het bleek toch dat Wilson, de schoonzoon van brevy,

gen aftreden

hierin en in andere dergelijke fraaie ondernemingen diep betrokken was, van^president en de president deed pogingen om zijn schoonzoon te dekken. Het gevolg was een aanvrage om interpellatie in de kamer; toen het ministerie zich hiertegen verzette, leed het een ernstige neerlaag en trad af.

Sluiten