Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ringen van Frankrijk, Italië en Oostenrijk elk een lid aanwezen. Bij dat al onthield zich de Engelsche regeering; hoewel Engelsch kapitaal ook diep in de Egyptische schuld betrokken was, weigerde het kabinetDisraeli een commissaris te benoemen en liet het de behartiging van de belangen der Engelsche schuldeischers in hoofdzaak over aan particuliere bemoeiingen. Ook toen de Khedive in December 1876 twee generale controleurs benoemde voor de financiën — een voor de ontvangsten en een voor de uitgaven — en hiervoor zijne keuze vestigde op een Engelschinan en een Franschman, liet lord Derby, de Engelsche minister van buitenlandsche zaken, den Khedive weten, dat de Koning met betrekking tot die benoemingen niet de minste verantwoordelijkheid op zich nam, al maakte hij er geen bezwaar tegen. En weliswaar nam in Maart 1877 Sir Evelyn Baring — later lord Cromer — zitting in de commissie der Caisse de la Dette publique, doch dit geschiedde niet op aanwijzing der Engelsche regeeriug maar krachtens eene benoeming door Ismaïl. Toch was men natuurlijk te Londen geenszins onverschillig voor den loop der zaken in Egypte, en daar men dit te Parijs ook begreep, wekte de houding van Engeland wantrouwen. Met het jaar 1878 echter kwam hierin verandering. De Russisch-Turksche oorlog had de Egyptische financiën nog slechter gemaakt, daar Ismaïl zijn suzerein, den sultan van Turkije, met een legercorps had bijgestaan, dat groote uitgaven had vereischt; zijne middelen waren geheel uitgeput. Onderwijl was aan de Europeesche controleurs spoedig gebleken, dat het Egyptisch financieele beheer een schromelijke warboel was, waarin niemand, bij gebreke van een comptabiliteit en van ook maar eenigszins nauwkeurige staten van inkomsten en uitgaven, den weg wist; feitelijk hing het geheel af van de willekeur van den Khedive. Wilde men de belangen der schuldeischers beschermen, dan moesten aan die willekeur perken worden gesteld ten einde aldus den weg vrij te maken voor ingrijpende hervormingen. Dat het niet blijven kon zooals het was, moest ook de Britsche regeering inzien, maar daarenboven lieten zich de toenmalige Europeesche verhoudingen gelden: de spanning tusschen Engeland en Rusland, de wensch van het Britsche kabinet om met Frankrijk op goeden voet te staan. Zoo bood dan het Foreign Office aan de Fransche regeeriug de hand om den Khedive te bewegen tot het instellen eener commissie, die een volledig onderzoek van de Egyptische financiën zou ondernemen; den 30en Maart 1878 werd zij benoemd, met Ferdinand de Lesseps tot voorzitter en een

Sluiten