Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noopten dien weg op te gaan: ten behoeve van het leger en de vloot waren fabrieken voor wapenen, voor kruit en kogels, voor militaire kleeding, ten dienste der vloot bovendien allerlei inrichtingen voor den scheepsbouw noodig; de staat had verder te zorgen voor een papierfabriek, een drukkerij, een munt, spoedig ook, toen hij den aanleg der spoorwegen in handen nam, voor heel het uitvoerig bedrijf dat hiermee verbonden is. Maar daarnaast richtte hij nu ook fabrieken in voor allerlei andere doeleinden, hetzij ter technische verbetering van industrieën, die sinds lang inheemsch waren in Japan, zooals de zijdespinnerij, hetzij ter invoering van nieuwe, onder welke de katoenspinnerij wel van de grootste beteekenis was. Maar ook dit alles stelde weer hooge eischen aan de schatkist, en dat in een tijd toen de grondslagen voor de staatsfinanciën eerst gaandeweg konden worden gelegd en tegelijk regelingen en schikkingen getroffen moesten worden ten opzichte van lasten en plichten, die voor den hervormden staat uit de opruiming der oude orde van zaken voortvloeiden.

Om aan zoovele verschillende en zware eischen te voldoen nam de Geidcrisis. regeering haar toevlucht tot een middel, dat voor het oogenblik inderdaad hielp, maar binnen korten tijd tot een ernstig gevaar leidde: zij hielp zich met papiergeld in snel toenemende hoeveelheden, met het gevolg dat het edele metaal, eerst het goud, dan het zilver, naar het buitenland afvloeide, het agio spoedig groot werd, de prijzen deiwaren in papiergeld stegen, speculatie welig tierde en weldra een algemeen wantrouwen intrad, dat alle zaken verlamde. Te Tokio kwam men eerst gaandeweg tot het inzicht, dat deze euvels fe wijten waren aan het overmatige uitgeven van papiergeld, maar nadat dit besef in 1880 eenmaal was doorgedrongen, sloeg men de handen aan het werk om den omloop van dit betaalmiddel te verminderen. Door verschillende maatregelen bereikte men zijn doel en onderwijl werd de zilver voorraad zoo vermeerderd, dat met 1 Januari 1886 het papiergeld inwisselbaar in zilver kon worden verklaard bij de Japansche bank, die in 1882 naar Europeesch model was opgericht. Van dien tijd af begon een krachtige opbloei van het land.

Deze crisis had intusschen eene uitbreiding van het belastingstelsel Toeneming ten gevolge gehad, daar men middelen tot delging van het papiergeld der partimoest verschaffen; anderzijds had men die trachten te vinden door Nemingen01" besparing op de uitgaven, en hierdoor was de regeering er ook toe gebracht zich sinds 1881 te ontslaan van de staatsindustrieën, die binnen

Sluiten