Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich niet tegen de beraamde onderneming te verzetten, den feitelijken toestand in Egypte zou erkennen en ook, als gevolg hiervan, de noodzakelijkheid voor Engeland om tot Dongola de bezetting van Egyptisch gebied uit te strekken, zou billijken. Daartegenover erkende hij dan,

dat bij de beschikking over het gebied ten zuiden vaD Dongola, dat is dus het dal van den Midden- en Boven-Nijl, Frankrijk recht van meespreken zou hebben. Op dien grondslag wilde hij zich met Frankrijk verstaan, en stellig was dit een heel wat gematigder denkbeeld dan het hooghartige „hands off", dat ettelijke maanden vroeger door Grey was uitgesproken.

Men heeft deze aanbieding van Salisbury en zijne tegemoetkomende Moeilijkheden houding bij de onderhandelingen, die tot het genoemde verdrag van derEnselsche 15 Januari 1896 hebben geleid, wel in verband gebracht met de 'dezen moeilijkheden, waarin de Britsche regeering verkeerde op dit tijdstip;

het is natuurlijk mogelijk, dat dit verband inderdaad heeft bestaan,

hoewel er geen vaste gegevens zijn, om het aan te toonen en de tegemoetkoming, door den Engelschen premier en minister van buitenlandsche zaken aan den dag gelegd, toch inderdaad niet zoo groot was,

dat zij niet verklaarbaar zou zijn zonder den druk van bizondere omstandigheden in rekening te brengen. Het is echter ongetwijfeld waar,

dat het moeilijke dagen waren voor het Britsche kabinet. Naar aanleiding van een conflict tusschen Engeland en Venezuela sloeg de president der Vereenigde Staten zulk een hoogen toon aan, dat een oogenblik ernstig gevaar dreigde voor eene breuk tusschen Londen en Washington (waarover spoedig nader). Tegelijkertijd werden de verhoudingen in Zuid-Afrika sterk gespannen, waarbij men te Londen niet alleen rekening had te houden met de zwakke tegenpartij, de Zuid-Afrikaansche republiek, maar ook met het Duitsclie rijk, dat immers sinds 1894 aan Engeland reeds meer dan ééne onaangename verrassing had bereid en er misschien nog meer in voorraad had. De verbetering der betrekkingen tusschen het Duitsclie rijk en Busland was onmiskenbaar, en ook de verhouding met Frankrijk scheen in den tijd, dat Hanotaux de buitenlandsche staatkunde van Frankrijk bestuurde, beter te worden, —

in Juni 1895 hadden ook Fransche schepen deelgenomen aan de feestelijke opening van het Oostzee-kanaal, zij het dan ook in vereeniging met de Bussische, — en de botsing van Britsche en Duitsche belangen in Zuid-Afrika in dezen tijd scheen aanleiding te kunnen geven tot een zekere samenwerking van Duitsche en Fransche politiek in de Afri-

Sluiten