Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Britsche regeering vereischte voor verdragen, die de Republiek met andere mogendheden, Oranje Vrijstaat alleen uitgezonderd, sloot; uit het telegram spreekt duidelijk de argwaan, dat men te Pretoria steun hoopte te vinden bij het Duitsche rijk. Ongetwijfeld is die hoop wel een factor geweest in de politiek der Republiek en heeft de Duitsche staatkunde hieraan grond gegeven. Ook was het telegram van keizer Wilhelm aan president Krüger niet het uitvloeisel eener persoonlijke opwelling, maar een wel overwogen regeeringsdaad, en naar alle waarschijnlijkheid beoogde men in dezen tijd te Berlijn wel, verdere machtsuitbreiding van Engeland in Zuid-Afrika zoo mogelijk te verhinderen en er den Duitschen invloed te versterken. Hiertoe echter was samenwerking met anderen noodig, en om deze te verkrijgen heeft men bij Frankrijk aangeklopt.

TTl /la n rr A1I Trnvi 1 UO/! 1» „ „ Ci. J „ T\. 'l 1. _ " ni (lil

A.1L vwaig uagui van ±uvv neen» ue j^uiisciie reijeeriDK *hjii tut uc H.et Duitsche

Fransche gewend met het doel om tot overleg en gezamenlijk handelen P^k zo©kt i rv. i .. . , , , , samon-

TP tnmpn I lir cn hnilf nra n O TTn<lr-(-nn»irl n O Tl rpan ntvion . .

wilxjiiu »»vaawiaauu tc iijuKcii wurueii werkme m^t

en is ook geenszins bevreemdend. In de wereldpolitiek, die sinds een Frankrijk, aantal jaren van steeds stijgende beteekenis werd en het belang der oude vraagstukken in het kleine Europa scheen te moeten verminderen,

bestond tusschen de Duitsche en de Fransche regeering geen aanleiding tot ernstig geschil; daarentegen hadden zij meer dan ééne reden om tegen de overmacht van het Britsche wereldrijk de handen ineen te slaan. De nog steeds bloedende wonde van 1870—71 mocht al verhinderen, dat een nauw verbond of ook een „entente cordiale" in Frankrijk aannemelijk zou zijn, er zou niettemin toch wellichtsamenwerking op bepaalde punten mogelijk zijn. Vermoedelijk zal dit ook wel het oogmerk geweest zijn van de pogingen, die van Duitsche zijde te Parijs werden aangewend, doch vertrouwbare bizonderheden zijn er nimmer over bekend geworden, en het is ijdel er naar te raden.

In ieder geval verkeerde het Fransche ministerie-Bourgeois, begin Frankrijk, 1896, in de positie, dat het van twee zijden werd aangezocht tot ran twee

" •ziiriort aonivn.

nvprlpcr • lllief 1 m m Ara hoH No ïclmmr «o™ rtQr/OTif ruina . .

- . —. j wuucuuij aau ucu _l i uiiouncii zocht, weigert

bereidwilligheid te kennen gegeven, om over de Xijl kwestie in besprek overleg, te treden, toen van Duitsche zijde aan de Fransche regeering een aanbod tot samenwerking werd gedaan. Te Parijs echter achtte men het niet geraden hetzij van de eene, hetzij van de andere gelegenheid gebruik te maken; tegenover de Duitsche poging schijnt men zich terstond op een afwijzend standpunt te hebben gesteld; ten

Sluiten