Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staten met een beroep op de Monroe-leer. Het vond gehoor te Washington. Met instemming van president Cleveland richtte Olnev den 20*" Juli 1895 eene uitvoerige nota tot de Engelsche regeering, waarin hij niet alleen eischte, dat het geschil met Venezuela aan scheidsrechterlijke uitspraak zou worden onderworpen, maar tevens eene uiteenzetting gaf van de Monroe-leer en hare toepassing. Sommige beweringen m dit stuk trokken zeer de aandacht: de afstand en de scheiding door een oceaan van 3000 mijlen tusschen Europa en Amerika, zoo schreef hij, maakten iederen blijvenden politieken band tusschen een Europeeschen en een Amerikaanschen staat even onpraktisch als onnatuurlijk. Daarentegen noemde hij de verschillende staten van het werelddeel Amerika, uit hoofde van hunne geografische ligging, van hun natuurlijke sympathie en van de overeenstemming hunner instellingen, de commerciëele en politieke bondgenooten en vrienden der Vereenigde Staten. Ja, hij ging nog verder en beweerde, dat er een leer van Amerikaansch publiek recht bestond, door precedenten ten volle bekrachtigd, waaruit voor de Vereenigde Staten het recht en de plicht voortvloeiden, iedere handeling, waardoor een Europeesche mogendheid met geweld een politiek toezicht op een Amerikaanschen staat zou willen vestigen, op te vatten als een beleediging. Lord Salisbury liet deze aanspraken niet onbestreden: hij stelde zich op het standpunt, dat de Monroe-leer geen deel uitmaakte van het internationale recht en dat zij niet van toepassing was in dit geschil; in een tweede nota weet hij het mislukken der onderhandelingen met Venezuela aan de ongegrondheid der aanspraken en de onbestendigheid in het bestuur van dien staat, terwijl hij tegelijk verklaarde, geen onbeperkte arbitrage te kunnen aanvaarden, omdat Venezuela hierin ook wilde begrijpen een uitgestrekte gebied, waarop sinds lange jaren de Engelschen waren gevestigd en vroeger ook geen aanspraak was gemaakt door Spanje. Doch president Cleveland bleef geheel op het standpunt staan, dat Olney had ingenomen: den 17" December bracht hij de gewisselde' stukken ter kennis van bet Congres met een boodschap, waarin hij de benoeming aanbeval van eene commissie, die de grenskwestie zou hebben te onderzoeken en welker beslissing door de Vereenigde Staten zou worden geëxecuteerd; hij voegde er bij, dat hij zich volkomen bewust was van de verantwoordelijkheid, die hij door deze aanbeveling op zich nam, en dat hij zich rekenschap gaf van alle gevolgen, welke er uit konden voortvloeien. De uitwerking van deze boodschap was buiten-

Sluiten