Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werpen aan de scheidsrechterlijke uitspraak van paus Leo XIII, die,

zooals vroeger reeds is verhaald, in 1886 de eigenlijke Carolinen aan

Spanje toewees, maar niet het recht van dit rijk erkende op de Gil-

bert-, Marshall- en Malgrave-groepen. Daarmee was het onweer over

gedreven, maar met de Duitsche sympathieën was het voorbij; en voor

zoover van de kroon een aandrijven tot een actieve buitenlandsche

politiek was uitgegaan, was hieraan reeds een einde gekomen door den

dood van den koning op 25 November 1885, juist vóór zijn 2 8en Airons xii

verjaardag. Eegentschap

Alfons XII had uit zijn huwelijk met Maria Christina twee dochters Chrirtto* en bij zijn dood droeg zijne weduwe een kind onder het hart. In afwachting dat dit zou geboren worden, volgde voorloopig de oudste dochter, Mercedes, als koningin op, onder regentschap van hare moeder,

en in dezen kritieken tijd bewezen de parlementaire partijen, dat zij leering hadden getrokken uit de lessen van vroegere jaren: zij lieten hun twisten rusten en schaarden zich om den troon. Den 17en Mei 1886 bracht de regentes een zoon ter wereld, die terstond als Alfons XIII werd uitgeroepen, en voor wien Maria Christina thans het regentschap bleef voeren, in spijt der kuiperijen van leden der koninklijke familie om het haar te ontnemen. Met de grootste nauwgezetheid vervulde zij haar constitutioneele taak, geacht, zoo al niet bemind, door hare onderdanen, terwijl de partijen beurtelings de regeeringsposten in hadden, zonder dat dit veel verschil maakte in het beleid van zaken.

In beider programma's stond altijd voorop de eisch van ongereptheid in het financiëel beheer en van zuinigheid, en in politieke redevoeringen was dit punt schering en inslag; maar het bleef zooals het was geweest: welke partij ook aan het bewind was, zij diende steeds eene begrooting in, die er gunstig genoeg uitzag, maar die geregeld zoo weinig met de werkelijkheid in overeenstemming was, dat jaar najaar op een groot deficit uitliep; de schuldenlast, reeds zoo hoog gestegen in de jaren tusschen revolutie en restauratie, groeide nog gestadig aan,

en de belastingen drukten zeer zwaar, nog te zwaarder omdat zij voor een aanzienlijk deel van de levensbehoeften geheven werden en bij het bestuur der belastingen zulke grove misbruiken bestonden. Daarenboven droeg het sterke protectionisme, dat ten bate der nijverheid werd toegepast er toe bij om ook andere artikelen van dagelijksch gebruik zeer duur te maken. Vooral onder de plattelandsbevolking was de ellende groot, allermeest in het Zuiden, waar het land bijna geheel

Sluiten