Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodzakelijkheid van niet langer meer uitsluitend te steunen op een groep van mogendheden: den Driebond. Tijdens de verwikkelingen, die het gevolg waren van de Armenische en Kretensische crisis in 1894 en volgende jaren, kwam de wenschelijkheid eener veranderde orienteering der Boelgaarsche politiek bij hem tot rijpheid.

Reeds eeuwen was het lot van het ongelukkige volk der Armeniërs 1 diep beklagenswaard geweest, (vgl. dl. III. 24.) maar toch waren vóór + 1880 bepaalde aanslagen op de nationaliteit ervan uit gebleven. ^ oor assimilatie was het Osmaansche rijk als Mohammedaansclie staat tot dien tijd betrekkelijk onverschillig geweest. Het was dan ook allerminst een nationale staat, veelmeer het uitmergelingsmiddel van een gesloten religieuze kaste, die wel op alle mogelijke wijzen vegeteerde op kosten van de onderworpen raja's; — «Als je een Turk tegenkomt, begeert hij je geld, als je een ander tegenkomt, begeert die ander geld", zegt niet ten onrechte het Kretensische spreekwoord; — maar zich niet of haast niet ten doel stelde de anderen te dwingen in te gaan. Na + 1880 veranderde dat evenwel voor de Armeniërs en een van de oorzaken van dat feit was wel de annexatie van Kars en van een deel van Turksch Armenië — er is ook een Perzisch Armenië — door Rusland. Hoe zou het zijn, wanneer de Russen nog verder voortrukten naar het hart van Klein-Azië, daarmee tevens bedreigende wat men gewoon was te beschouwen als de basis van de Osmaansche macht, waarop men zich rekende terug te trekken, wanneer zooals te vreezen stond eenmaal Europeesch Turkije heelemaal verloren zou gaan.J Niets werd aan die bedreiging veranderd door het feit, dat het voor 't oogenblik niet langer Rusland maar wel Engeland was, dat tornde aan de integriteit van het Osmaansche rijk. Integendeel — de omstandigheden konden eenmaal weer ongunstiger zijn — spoorde deze constellatie de Turksche regeerders slechts aan, actief te wezen en het respijt, dat hun gegund werd, goed te gebruiken. Sedert + 1880 begint het Osmaansche gouvernement dan ook de bepaalde verdwijning van de Christenen uit Armenië gaarne te zien. Men bevordert emigratie, desnoods naar andere deelen van Klein-Azië of naar Konstantinopel, waar de dan ongevaarlijke Armeniërs het door hun intelligentie en energie dikwijls brengen tot hooge posten in den handel of bij het bankwezen. Nog meer in 't oogloopend dan vroeger moedigt men strooptochten van Koerden en Tsjerkessen, roofvolken uit de bergen, aan. Ofschoon ook lang niet altijd betrouwbaar, zijn dat tenminste Mohammedanen, die (lus te

Gruwelen in I Armenië. I

Sluiten