Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaan: de goedkeuring der economische afspraken Kürber—Von Szell van 1002 zou in dezen vorm geschieden, dat zouden worden goedgekeurd niet de „Oostenrijksch-Hongaarsche" tarieven en handelsverdragen,

maar de „Hongaarsche' en dat de economische regelingen tusschen Cisen Trans-Leithanië zouden worden gegoten in den vorm van een handelsverdrag met Oostenrijk, precies als Hongarije er met andere mogendheden sloot. Een concessie in den vorm, toch misschien niet zoo geheel en al onbeduidend voor de toekomst. De nieuwe Oostenrijksche ministerpresident, de „roode" Prins Hohenlohe, ex-stadhouder van Triest, die Von Gautsch was opgevolgd, toen deze niet volkomen slagen kon in een regeling, die de mandaten verdeeling onder het algemeen kiesrecht betrof, nam er zijn ontslag om en toen kwam het Ministerie Von Beek (Juni 1906) dat dus verder in opdracht had het schip met het algemeen kiesrecht voor Oostenrijk en het nieuwe vergelijk met Hongarije in behouden haven te loodsen.

Zoo had de Russische Revolutie van 1905 de Donau-Monarchie Duitschiand wel is waar in rep en roer gebracht en den stoot gegeven tot belang- Nieuwe rijke hervormingen, maar ook het eigenaardige karakter ervan als ven en kaboven-nationalen staat versterkt. En hoe was de uitwerking der demo- naalwetten' cratische veranderingen in Duitschiand? Stellig was ook daar een massa ontevredenheid opgehoopt tegen het persoonlijk regime en de agrarische invloeden. In niet geringe mate was trouwens de benoeming in October 1900 van den bekwamen Staatssecreta*'s Bernhard von Biilow tot Rijkskanselier geschied met het oog op de moeilijkheden, die net gevolg waren van de politiek der jonkers. Den laatsten tijd, sedert de meer intensieve bebouwing van den grond in Rusland, Argentinië, in de Vereenigde Staten vooral, waren dezen er hoe langer hoe scherper over gaan klagen,

dat de buitenlandsche concurrentie hun te zwaar werd onder de handelsverdragen van Caprivi. Eu de regeering was wel geneigd, om militaire redenen, aan die bezwaren tegemoet te komen door de binnenlandsche markten, als in 1902 die handelsverdragen afliepen, nog hermetischer te sluiten voor het buitenlandsche graan. Echter zag zij in, dat hierin onmogelijk zoover , kon worden gegaan als de „Bund Deutscher Landwirte" eischte: tarievenoorlogen moesten worden vermeden en de invoerrechten moesten niet zoo hoog worden opgedreven, dat omgekeerd de markten daarginds zouden worden gesloten voor de producten der Duitsche industrie. i\Tu kon de uitvoering van dit program, dat z'n eigenaardige moeilijkheden bezat, onmogelijk worden opgedragen aan

Sluiten