Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meestbegunstiging gewaarborgd, maar wijl de politieke beteekenis van dat verdrag onder de omstandigheden van den tijd, waarin het gesloten was, deze was geweest, dat Groot-Brittannië daarbij onder bijroeping van alle landen, die belangen in Marokko hadden, zijn ouden kolonialen concurrent schaakmat had gezet, was het waarschijnlijk Delcassé's meening geweest, dat door de verdragen van April en October 1904 dat van 1880 althans politiek gesproken, ongedaan was gemaakt. In lebruan 1905 had hij dus een bijzonderen Franschen gezant St. René Taillandier te Fez de volgende voorstellen laten doen: hervormingen in liet Marokkaansche leger onder Fransche leiding, hervormingen in de staatsregeling, verbeteringen in het wegennet, politiewezen, rechtspleging enz., oprichting van een staatsbank met Fransch geld en onder Fransche leiding; dat alles met de bedoeling een „vrij en onafhankelijk" Marokko te brengen tot „een nieuw tijdperk van vrede en arbeid". Sultan Abd'el Assis had echter op dat oogenblik kans gezien — inderdaad ging zich de tragedie van Afrika's zuidkust herhalen — de tusschenkomst in te roepen van het Duitsche rijk, dat ook eenige, zij het niet zeer aanzienlijke belangen had in Marokko.')

DmS£edS , Ec,hter de KeizerliJke ^eigernenten te Tanger hadden nog algemeenere motieven, beteekenis. „Voor Marokko zouden wij het zwaard niet hebben getrokken" heeft later Von Bülow geschreven — Duitschland miste trouwens de machtsmiddelen om per slot van rekening aan den loop

') De concessies door de befaamde gebroeders Mannesmann in Marokko gekregen voor de ontginning van alle daar liggende mijnen zijn meer te beschouwen als voorzorgsmaatregelen voor een mogelijke toekomst, dan als rechten zoo bijzonder waardevol voor het heden. Ook de onthullingen van Otto Hammann bevestigen deze voorstelling van zaken. Deze belangrijke memoirenschrijver, chef der persafdeelmg aan het departement van Buitenlandsche Zaken, weet n 1. te vertellen dat de Engelsche regeering van Lord Salisbury bij de pogingen van + 1900 om' te komen tot een bondgenootschap met Duitschland (blz. 372, 382, 472, Dl. III) ook gekomen is met de aanbieding, een overeenkomst te treffen over.'.. Marokko Hóe eventueele overeenkomst er uit gezien zou hebben, of ze ongeveer gelijkluidend zou geweest zijn aan die met Frankrijk van April 1904 kan natuurlijk niemand vertellen, maar wel blijkt hieruit ten overvloede, dat althans de imperialistische Britsche regeerders geprefereerd zouden hebben boven een entente met het kolonialistische Frankrijk een entente met de vastelandsmacht der Duitschers. En ook at de Duitsche machthebbers de Duitsche belangen in Marokko te onbeteekenend gevonden zullen hebben, mogelijk ook een eventueele machtspositie in Marokko — omringd als dit land was door Fransch koloniaal gebied — te zwak om daarvoor hun „politiek der vrije hand" te laten varen.

Sluiten