Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordigende, voor geseculariseerd, maar verzekerde daarbij dat hij aan de vrije uitoefening van den Roomschen eeredienst geen belemmeringen in den weg zou leggeD. In 1907 hief hij vervolgens den aankondigingsdwang voor openbare vergaderingen op, natuurlijk ter wille van de geestelijkheid en vooral: autoriseerde hij de maires der gemeenten om op voor de kerk gunstige voorwaarden pachtverdragen te sluiten met de dienstdoende geestelijken, waardoor deze het vruchtgebruik zouden verkrijgen van de kerken en de kerkegoederen. Clemenceau had wel is waar laten doorschemeren, dat hij de taktiek van ziju minister maar half goedkeurde, doch dat was persoonlijke onbetrouwbaarheid of naijver op zijn medewerker. De politieke consequenties van ziju woorden aanvaardde hij (nog?) niet: toen Jaurès en de rechterzijde munt uit de „heterogeniteit"

van het ministerie probeerden te slaan, nam hij uitdrukkelijk de verantwoordelijkheid van Briands taktiek op zich. En het episcopaat, wel is waar in overeenkomstige onverzoenlijke bewoordingen als de democratische lyriek, waaraan Briand zich te buiten ging, aanvaardde den uitweg en zoo kwam — voorloopig? — een einde aan den strijd. De toekomst zou uitmaken, of het katholicisme eenmaal weer van uit de verschansingen,

die men het gelaten had, terrein zou kunnen heroveren in het Fransche politieke leven, dan wel of Frankrijk zou blijven het anti-clericale land bij uitnemendheid.

Er is boven reeds gezegd, dat ook op sociaal gebied de staatkunde Ouderdomsvan de drie ministeries, die samengevat zijn onder de benaming van „de drie ministeries der „detente'' en der „apaisement"", niet veelink0m3tenbevoor den vooruitgang heeft opgeleverd. Aan plannen geen gebrek: de ^clufai™11 krijgsraden zouden worden afgeschaft, evenals de doodstraf; inplaats (i009). van de vier zeer ondemocratische direkte belastingen — in hoofdzaak is het belastingstelsel in Frankrijk zelfs nog indirect — zou een algemeene belasting op het inkomen met progressie worden ingevoerd; met de arbeidswetgeving op welk gebied de Fransche republiek zeer achterlijk is zou krachtig worden voortgegaan, enz. Maar er kwam niet veel van. Het Ministerie Rouvier was met een Ouderdomsverzekeringswet gekomen, waarin echter het Duitschestelsel van Bismarck — premiebetaling der betrokkenen — boven het Engelsche van Lloyd George geprefereerd was. Arbeiders, patroons en staat zouden gelijke bedragen storten;

de leeftijd der gepensioneerden moest 65 jaar zijn en de pensioenen zouden naar de gestorte bijdragen variëeren tusschen fr. 400 en fr. 1200 per jaar. Beter was de inkomstenbelasting, die Clemenceau's medewerker

Sluiten