Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had kunnen aannemen: veel ellende zou er het Duitsche volk en de heele wereld mee zijn bespaard, maar de waan, de droom van een ook van Engeland onafhankelijke wereldpositie zou onherroepelijk zijn opgegeven. Eu juist iu de jaren + 1900—1908 had die droom van een van de anderen onafhankelijk Duitsch imperium mogelijkheid van verwerkelijking gekregen op den Balkan en in Yoor-Azië.

Van 1878—1900 kan men eigenlijk zeggen, dat onophoudelijk de De centraien invloed van Duitschlands bondgenoot, de Donaumonarchie, in de Weste- he^o'oaten lijke helft van het Balkanschiereiland gerezen was, terwijl even onophoudelijk die van Rusland in de Oostelijke helft was gedaald. In de jaren '90 hadden de Centralen Rusland zelfs mee gekregen voor hun „integriteitspolitiek" van het Osmaansche rijk, maar daar natuurlijk zelf de meeste zij bij gesponnen (zie Dl. III 494 vlg.). En terwijl na zijn bevrijding Boelgarijë meer en meer van zijn patronus, Rusland,

afgeraakt was — want ook na de verzoening van 1896 kwam natuurlijk niet meer de oude verhouding van protectoraat terug, in 1903 herstelden de Macedonische beroeringen den Stamboelofistischen koers (Dl. UI 518) — bleef, gedurende de analoge periode, Servië geheel en al in de Oostenrijksche afhankelijkheid. Want wel had de teleurstelling van 1878 wat Bosnië betrof, in de meeste Serviërs, vooral in de intellectueelen een diepen haat tegen de Duitschers gewrongen, Servië tot maar even fel schrijnde de teleurstelling t.o.v. Rusland en vooral de geprikkelde minachting voor den nieuwen Balkanconcurrent, Boelgarijë.

Dat was voortaan vooral Servië's vijand, omdat een jong en sterk Boelgaren volk Servië elke toekomst op het schiereiland zou versperren,

vond Koning Milan Obrenowitsj. De Serven moesten zich naar het westen orienteeren, was zijn opinie, zij waren een westelijk volk, aansluiting moesten zij zoeken bij de Fransche, ook bij de Duitsche cultuur. Aardrijkskundig reeds waren zij meer een Donau-volk dan een Balkan-natie.

Maar bij deze stellig voorloopig juiste concepties vergat de koning,

dat zijn landje nagenoeg geheel omsloten was door de Oostenrijksche overmacht. Zijn buitenlandsche staatkunde werd dan ook bij zijn intellectueelen, maar ook bij zijn boeren meer en meer impopulair. Milan was bovendien een tiran evenals Stamboelof, maar miste diens groote toewijding. Zijn bestuur was buitensporig duur, niet alleen door den aanleg links en rechts van meestal Oostenrijksche spoorlijnen. Over zijn persoonlijk leven werd schande gesproken; geruchtmakend waren zijn ontzettende twisten met de koningin, Nathalie Ketsjko, een Russin,

Sluiten