Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die volgden op de Bosnische annexatie, alles in de politieke geschiedenis van Europa slechts bezien kan worden in het licht van dien verschrikkelijken brand. Niets is goedkooper dan dat. Eerder moet worden geconstateerd, dat op den rand van de catastrophe, de regeerders als 't ware teruggeschrokken zijn voor de ontzettende verantwoordelijkheid en ernstige, gedeeltelijk succesvolle, pogingen hebben aangewend tot bewaring van den vrede. Zoo klaarde de hemel werkelijk wat op gedurende de jaren 1909—1914, afgezien van eenige lokale onweertjes. Naarmate meer „onthuld" is geworden uit de Europeesche cabinetten van dien tijd, wordt het waarschijnlijker, dat van bepaalde oorlogseeuwW bij de verantwoordelijke regeerders alleen nog maar in heel enkele gevallen kan worden gesproken. Wie Wilhelm II was, weten we nu langzamerhand wel. En wat de verdere Duitsche staatslieden betreft, wordt hun verantwoordelijkheid wellicht het beste gekarakteriseerd door de verbitterde woorden van Von Biilow: „Ik wist in 1909 precies wat ik deed. Ik had de wisselstang in de hand, en zag kalm toe hoe de treinen elkaar tegemoet liepen. Ik was overtuigd, dat de anderen het eerst zouden stoppen. Hadden zij het echter werkelijk op een botsing laten aankomen, dan wist ik zeker, nog bijtijds de stang te kunnen omgooien. De botsing zou niet gekomen zijn. Maar ziet u, mijnheer, voor een dergelijke manoeuvre moet men het vak van wisselwachter verstaan. Dat was het ongeluk van 1914/'' ') Nu wil dit natuurlijk ook weer niet zeggen, dat de Entente-mannen Asquith, Haldane, Grey, Caillaux, Poincaré een soort idealistische pacifisten waren, of aan hun zij alles vermochten. Nuchtere real-politici waren het, niet zonder de gemoedelijke welwillendheid doch evenmin zonder de sluwe winzucht van oude zakenmenschen, die niettegenstaande al hun vredelievendheid toch ook weer krachtens hun positie niet anders konden doen dan zich geweldig voor te bereiden op den oorlog, en ook niettegenstaande al hun welwillendheid voortdurend op de loer lagen naar 'n voordeeltje. En nergens was het universeele genie van de daad, de YredesBismarck, dien de menschheid behoefde! Maar was die dan ook eigenlijk wel mogelijk in een rijd van ontzaglijke, onpersoonlijke massabewegingen, van kolossale, blind tegen elkaar botsende economische en historische machten, die de kleine mensch niet meer vermocht te beheerschen? .... Kenschetsend was voor deze laatste jaren, dat herhaal-

') N. R. Ct. 5 Januari 1921.

Sluiten