Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijk niettegenstaande alle mogelijke politieke vereffeningen, de geringste oorzaak voldoende was om explosies van haat en wantrouwen in de verschillende landen tegen elkaar te doen losbarsten, waardoor ineens het oorlogsspook weer nader scheen dan ooit.

D^tsohë aan(^ac'1* 's er reeds 'even op gevestigd, dat gedurende de Bos-

toenadering nische crisis Frankrijk zich zeer op den achtergrond gehouden had:

inzake }lej. was riet begonnen met zijn „pénétration pacifique" in Marokko en

M&rokko- _ r .

het had te minder lust „die eigene Knochen für andere zu Markt

zu tragen", waar het niettegenstaande alle mogelijke incidenten bij

Oostenrijk, ook bij Duitschland een streven opgemerkt had, betreffende

Marokko tot een zakelijke regeling te komen. In 1907 waren de

Franschen begonnen, de Spanjaarden op sleeptouw, om op grond van

de bepalingen van Algesiras in het uiterste oosten tegen de Algerijn-

sclie grens, Oedsjda benevens het land van den stam Beni-hassen te

doen bezetten door Generaal Lyautey en, nog belangrijker, de Atlantische

haven Casablanca met het omliggende land Sjaoeja door Generaal prude,

later Generaal d'Amade. De gelegenheid tot deze, natuurlijk „voor-

loopige", bezettingen was het ministerie van den vroeger zoo anti-

kolonialistischen Clemenceau als altijd geboden door eenige gelukkige

moorden: eerst die van Dr. Mauchamp te Marrakesj, daarna die van

eenige arbeiders te Casablanca. Toen kwam nog in hetzelfde jaar de

opstand van des Sultans broeder Moelay Hafid, gesteund door een

krachtige nationale beweging van al diegenen in het ongelukkige land,

die zich inbeeldden, dat de weerloosheid van het oude ontembare

Mohammedaansche rijk tegenover een groote militaire en financiëele

mogendheid als Frankrijk de schuld was louter van de slappe leiding

van Abdoel Assis. Moelay Hafid won het en.. . werd erkend door

Duitschland (1908). Maar de Franschen hadden met de 10.000 man,

die zij op dat oogenblik in Marokko hadden, den opstandeling best

kunnen vernietigen, doch de zaken op hun beloop gelaten en Bülow

was er de man ook niet naar om Frankrijk zoo maar de vrije hand

te laten, zonder compensaties. Frankrijk moest daarop den nieuwen

Sultan wel erkennen, doch stelde de voorwaarde, dat ook deze

zich stellen zou op den grondslag van Algesiras, hetgeen geschiedde.

Toen kwam in den herfst van 1908 nog de geruchtmakende, maar

achternagezien toch werkelijk vrij onbelangrijke zaak der Duitsche en

Oostenrijksche deserteurs uit het vreemdenlegioen te Casablanca, die

geholpen, van Fransche zijde werd ook beweerd: opgestookt, door

Sluiten