Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spoedig nummer één werden. Abdoel Hamid trad er, zooals vanzelf sprak, niet sterk tegen op en benoemde een „gematigd" ministerie Tewfik. Van de Jong-Turken moet worden gezegd, dat zij tot nu toe zonder bloedstorten te werk waren gegaan, maar de soldaten woedden vreeselijk tegen hun officieren. In Klein-Azië (te Adana en te Tarsus) begonnen natuurlijk de Armenische moorden weer (15.000 slachtoffers wordt opgegeven!) Maar de goede oude tijd keerde niet terug. Enver Bey, Hoessein Hoesni, Mohammed Sjefket Pasja en andere veldheeren van het Macedonische leger rukten naar Stamboel op en bezetten de Tsjadaltsja-linie. Middelerwijl hadden 120 afgevaardigden van het Osmaansche parlement Constantinopel weten te ontvluchten en belegden een vergadering te San Stefano, waar ze zich als Nationale Vergadering constitueerden en zich verklaarden voor de Macedonische troepen. Ook de vloot stelde zich aan de zijde van het parlement. Nu was het lot van het Oude Turkije beslist. In de hoofdstad werd nog vijf uur lang bitter gestreden, in de omgeving van krijgsschool en kazernes. Toen abdiceerde Abdoel Hamid en werd een neef, de onbeMohammed v teekenende Mohammed V als Sultan door de overwinnende troepen erkend. De aantrekkingskracht der nieuwe regeering, vooral op Mohammedaansche intellectueelen, was veel grooter dan die van het regiem van Abdoel Hamid. Ook op vele, vooral beter gesitueerde Macedoniërs, Grieken, Armeniërs, onder wie het nationaal gevoel nog niet zoo erg ontwikkeld was, en die gaarne „Osmaansche staatsburgers" waren op voorwaarde dat dan tenminste rust en orde zouden heerschen. Zoo werd nog in 1909 door Hilmi, die weer Groot Vizier geworden was, gebroken met de oude Mohammedaansche wet, dat slechts Mohammedanen mochten dienen in het leger, terwijl zij vrijgesteld waren van belastingen. De Christelijke afgevaardigden in het Parlement juichten, toen dat beslist geworden was, begrijpende dat algemeene dienstplicht een krachtig middel voor hun emancipatie zou kunnen worden. Maar niet alle christelijke volkeren in Turkije voelden zich naar behooren vertegenwoordigd door de „christelijke afgevaardigden" van het Osmaansche parlement. En in Arabië en Albanië braken onmiddellijk juist onder de Mohammedanen opstanden uit tegen de beslissing , die in het Parlement door alle partijen zoo toegejuicht was.

Turkjja's En hoe beschouwden Turkije's vijanden de nieuwe orde van zaken,

Taanden. nu ajjeg wa(- ^ot rust kwam? De kleine Balkanvolken, die alle het ideaal koesterden, niet dat aan hun volksgenooten over de grens

Sluiten