Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ciën stond van Rusland. Hoe moest ook Duitschland met z'n Bagdadplannen de verandering aanzien ? Poincaré begreep, dat bij de veranderde machtsverhoudingen zijn formule van den status quo lichtelijk belachelijk geworden was en stelde nu voor, dat de Mogendheden dadelijk zouden ingrijpen en de nieuwe regeling der Balkanverhouding aan zich zouden houden: de nieuwe grenzen zouden dan getrokken moeten worden volgens ethnografische beginselen en de Mogendheden zouden moeten samenwerken in volkomen „belangeloosheid". Dit laatste was natuurlijk wel tegen Oostenrijk gericht, maar toch schikte dit zich, ofschoon gedeeltelijk gemobiliseerd, evenals Rusland, waarschijnlijk krachtig geremd door Duitschland. Slechts maakte Graaf Berchtold, die na den dood van Aehrenthal als minister van buitenlandsche zaken was opgevolgd, deze restrictie, dat hij verwachtte, dat aan Oostenrijks „wettige belangen op den Balkan" niets zou worden in den weg gelegd. Een Europeesch congres weigerde men aan Centralen kant, maar tegen het idee van Grey om een „gezantenconferentie" te Londen aan het werk te zetten, die zooveel practischer zou kunnen arbeiden, verzette men zich niet. Daarmee werd meteen het diplomatiek initiatief uit de handen van Poincaré in die van Grey verlegd. Doch dit alles wilde nog niet zeggen, dat de Europeesche gezantenconferentie, die 13 December bijeenkwam, gemakkelijk werk zou hebben. De Turken gevoelden zich nog volstrekt niet overwonnen. Na hun eerste rampen, hadden ze zich langzamerhand hersteld uit hun onuitputtelijken voorraad reservisten van Klein-Azië. De bondgenooten daarentegen raakten uitgeput. Na een kortstondigen wapenstilstand in December 1912 begon de strijd weer, maar nam een slepend karakter aan. Het duurde tot Maart en April voordat de bondgenooten in staat waren om de vestingen Adrianopel, Janina en Skoetari, waar de Turken zich, ofschoon reeds lang afgesloten van hun hoofdmacht, heldhaftig verdedigden, konden veroveren. In de Tsjadaltsja-vestingen drongen de Boelgaren in 't geheel niet door. Wat het ergste was, hoe langer hoe meer vertoonden zich onder de bondgenooten de symptomen van tweedracht over de verdeeling van den buit. Natuurlijk wisten de Turken dat en te Londen speculeerden ze bovendien op oneenigheid onder de groote mogendheden. Toch bleef deze beperkt, dank zij vooral de nauwe aaneensluiting tusschen Engeland, Frankrijk en Duitschland. Door de merkwaardige toenadering ook tusschen Italië en Oostenrijk Albanië, inzake het vraagstuk der Adriatische zee. Niet zoodra was in October

Sluiten