Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en koloniale politiek sinds 1891. — Het Fransch-Russisch verbond.

Voortzetting van den strijd om Afrika. — Het Nigergebied. — Wrijving tusschen Engeland en Frankrijk. De vaart op de Niger. — Madagasear — Tunis — Egypte. — De Nijllanden — Fransch Kongo. — De Kongo-staat. — Verval van het Mahdi-rijk. — De Engelschen in de landen der bronnen van den Nijl. — De Italianen op den rechteroever

van den Nijl. De Kongostaat aan den linkeroever van den Nijl.

De chartered company in Matabeleland. — Het verdrag van 12 Mei 1891 tusschen Engeland en den Kongo-staat. — Protesten van het Duitsche rijk en van Frankrijk. — Het verdrag van 12 Mei 1894 teniet gedaan. — Echec der Engelsche politiek. Mogelijkheid van samenwerking tusschen het Duitsche rijk en Frankrijk. — De politiek van Ilanotaux. — Vruchtelooze onderhandeling tusschen Frankrijk en Engeland. — De Fransehe expeditie op Madagasear. — Duitschers,

Engelschen en Franschen in den Nigerboog. — Oebangi en Nijl.

Schermutselingen tusschen de Engelsche en Fransehe regeeringen. Verzoenende uitingen van lord Kimberley over Egypte. — Het derde kabinet-Salisbury. Chamberlain minister van koloniën. — Aftreden van

het Fransehe ministerie. Berthelot minister van buitenlandsche zaken.

Nieuwe acte door de koningin van Madagasear geteekend. — EngelschFransche overeenkomst over de Achter-Indische aangelegenheden; besprekingen over den Nigerboog. — De Nijlkwestie. Conflict tusschen Italië en Abessynië. — Plan der Britsche regeering om den opmarsch

naar Soedan te beginnen; mededeeling aan de Fransehe regeering.

Moeilijkheden der Engelsche regeering in dezen tijd. — Het Britsche rijk en de Zuid-Afrikaansche republiek. Gevolgen van de ontdekking der goudmijnen. — Ehodes eerste minister der Kaapkolonie; de Afrikaander bond. — Verdedigingsmaatregelen der Zuid-Afrikaansche republiek. Verbond met Oranje-Vrijstaat. — Spoorwegpolitiek. — De regeering der Zuid-Afrikaansche republiek en de Uitlanders. — Tegenstrijdigheid van het streven der regeeringen van Engeland en van de Z. A. republiek. — De hoop der Boeren op een vrijen spoorweg naar Kosibaai verijdeld door de annexatie van Tongaland. De Boeren en het Duitsche rijk. — De driftenkwestie. — De „Jameson-raid". — Het Duitsche rijk en de Jameson-raid. Het telegram van keizer Wilhelm aan president Krüger. — Het Duitsche rijk zoekt samenwerking met

Irankrijk. Irankrijk van twee zijden aangezocht, weigert overleg.

De zending van kapitein Marchand. — De neerlaag der Italianen bij

Sluiten