Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

korte, maar nu verlengde vocaal, wanneer op die nasaal eene harde spirant volgde , zoodat b.v. in liet Angelsaksisch om sin tot ósle werd, onsti (gunst) tot *ósti en door umlaut tot ést, onther tot ódher (ook bij ons aar en ader voor ander, zooals b. v. in elkaar), som fte tot softe (ook bij ons zacht, weer verkort uit zaaclit voor zaaft uit *samfto), tontli tot todh, funf tot fif{ook bij ons vijf), sinth (weg) tot sirih, muntli tot mürih (ook bij ons Muiden en IJselmuiden naast IJselmonde) en mms tot (Is (ook in 't Friesch gekleurde Amsterdamsch van Bredero ut/s).

Vooral het woord accent heeft in alle talen den grootsten invloed uitgeoefend, en wel verschillend naarmate van de lettergreep, die in de eene of andere taal bij voorkeur geaccentueerd werd. In dat opzicht stemmen de talen met overeen. In het Semietisch ligt de klemtoon liefst op de laatste lettergreep. In het Hebreeuwsch heeft deze altijd den klemtoon, want nauwelijks kan men zeggen, dat enkele suffixen, die als enclitica worden achtergevoegd, door hunne toonloosheid dien regel verbreken. "Wel doen zich gevallen voor, waarin dit woordaccent eene lettergreep naar voren geschoven wordt onder den invloed van zinaccent of sandhi. Ook in het Syrisch heeft de laatste lettergreep den toon, als deze ten minste op eene niet slechts geschreven, maar ook uitgesproken consonant uitgaat, zoo niet, dan heeft de voorlaatste lettergreep het accent.

In het oudste Indogermaansch daarentegen heerschte wisselend accent, d. w. z. bij het eene woord was de afleidings of buigingsuitgang niet geaccentueerd, zoodat het accent dan op de wortellettergreep viel, bij het andere woord wèl. Zoo kon ook hetzelfde woord in den eenen buigings- of vervoegingsvorm den klemtoon op den wortel, in den anderen vorm op den uitgang hebben. Bracht nu het accent verandering in den vorm der woorden te weeg, dan konden daardoor woorden van dezelfde familie of buigingsvormen van hetzelfde woord ook nog op andere wijze dan door den uitgang van elkaar verschillen. In het algemeen kan men zeggen, dat eene geaccentueerde lettergreep haren klinker behield of zelfs rekte. Dat laatste gebeurde bepaaldelijk aan het einde van een woord vóór een enkelen medeklinker. In ongeaccentueerde lettergrepen werd reeds in het Oudgermaansch, wanneer de klemtoon onmiddellijk voorafging of volgde, de duidelijke vocaal tot eene onduidelijke (»), om daarna zelfs meestal

Sluiten