Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 10. Schriftvorming en Schriftwijziging.

Reeds van oudsher beeft de mensch er naar gestreefd, aan zijne voorstellingen en gedachten eene zekere duurzaamheid te geven door ze in blijvende zichtbare teekens uit te drukken 1). Reeds de stammen der roodhuiden, die zich tatoeëeren, trachten daardoor na hun dood te spreken, evenals onze zeeman, die door de sepiateekens op zijn arm tracht te verhinderen, dat zijn lijk, in vreemde streken aangespoeld, onherkend begraven wordt. Door het vlechten en knoopen van draden in allerlei kleurschakeering, het zoogenaamde quiposchrift, drukten de Peruaansche Inka's hunne gedachten uit, nadat zij het vroegere beeldschrift als te omslachtig hadden laten varen. Bij de oorspronkelijke Mexikanen echter was het nog omstreeks 1500 in zwang, toen de Spanjaarden aan het belangwekkende rijk der Azteken een einde begonnen te maken. Iedere concrete voorstelling en enkele abstracte werden duidelijk afgebeeld en de lezer moest scherpzinnig genoeg zijn om den samenhang der beeldenreeksen te kunnen uitvinden. Dit schrift is eenigszins te vergelijken bij onze rebussen, waarbij wij echter volledige zinnen door afbeelding van dingen (res) weergeven. Onze rederijkers der 16de en 17de eeuw maakten er veel werk van, en nog altijd maken de rebussen een onderdeel van de raadselrubriek uit. Zonder toevoeging van enkele letterteekens heeft men ze echter nauwelijks kunnen samenstellen.

Na zich eerst van het knoopenschrift en vervolgens van het raadselachtig, uit korte en lange strepen bestaande Ikinqschrift van Fohi bediend te hebben, voerden de Chineezen, door de uitvinding van Tsangkie omstreeks 2650 v. Chr., zooals zij zeggen,

') Behalve de werken over de afzonderlijke talen, waarin over oorsprong en karakter van het schrift in die talen gehandeld wordt, kan men voor de geschiedenis van het schrift in het algemeen raadplegen: A. A.E. Schleiermacher, De l'influence de VEcriture sur le Langage, Darmstadt 1835: H. Steinthal, Die EnticicHung der Schrift, Berlin 1852; II. N. Humphreys, The orighi and progress of the, art of writing, London 1853; L. de Rosny, liecherches sur l'écriture des différents peuplts anciens et tnodernes, Paris '1857; H. Wuttke, Ge chichte der Schrift und des Schrifttums I Leipzigl872 en Taylor, The Alphabet. An account on the Origin and Development of Letter», London 1W By ons is er niets van beteekenis over geschreven behalve indertijd door L. S. I'. Meyboom, Verhandeling over den oorsprong rail het ABC in Nieuw archief vuor Nederlandsche tualkunde, Anist. 1856 bl. 365 - 296. 463— 472.

W

Sluiten