Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m verband tot de oertaal, die men voor deze taalfamilie als stammoeder aanneemt. Het is echter slechts een zeer gering gedeelte van alle talen, waarvan een stamboom is op te maken of waarvan de verwantschap althans met zekerheid is aan te nemen. Eigenlijk kan men dat bij grootere taalgroepen alleen doen voor de Oeral-altaïsche, de Semietische en de Indogermaansche talen. Van de overige blijken er wel verschillende aan elkaar verwant, maar hoever de verwantschap gaat, en in hoever die slechts schijnbaar is door overneming of wederzijdschen invloed, valt van de meeste talen nog niet uit te maken. Zeer vele staan geheel op

zich zelf en hebben alleen zekere overeenkomst in bouw of eigenaardige klanken, wat echter niets voor stamverwantschap kan bewijzen.

Men heeft wel beproefd deze talen, die niet naar graden van verwantschap of naar de rassen, door welke zij gesproken worden, konden gegroepeerd worden, in te deelen naar haar eigenaardig karakter, en ze daarom verdeeld in monosyllabische of üoleerende talen, met uitsluitend éénlettergrepige woorden, in aq,lutineerende talen, waarin de woorden als aan elkaar vastgeplakt worden door prae- en suffigeeren en incorporeeren, dermate zelfs, dat één woord in staat is een geheelen zin te vormen, en in flecteerende talen met afleidings-, verbuigings- en vervoegings-uitgangen ; maar meer en meer is de onhoudbaarheid dezer verdeeling gebleken, omdat meestal de grenzen tusschen die groepen niet te trekken of niet altijd dezelfde geweest zijn (zie daarover bl. 28—30). Er blijft dus voor een groot gedeelte der talen niet veel anders over, dan ze te groepeeren naar de werelddeelen en landen, waarin zij tegenwoordig gesproken worden, en mij bij dit overzicht voor die talen >) daaraan houdende, begin ik met

A. De Amerikaansche ialen.

Van de Indiaansche talen der Roodhuiden heeft men er wel vijf-

>) Het omvangrijkste, schoon niet geheel voltooide werk over alle talen 1Susdat van F»e(j''ich Müller, Grundriss der Sprachwissenschaft Wien 1876 88 in vier deelen. Het behandelt in het eerste deel de talen

AltrIlisrgeHraSST' 'L6t Ce,'Ste StUk V8n h,>t tWeede deel die der Australische, Hyperboraeische en Amerikaansche rassen, in het tweede

stuk van dat deel die der Maleische en Hoogaziatische rassen, en in het

derde deel die der lokliarige;rassen. Het onvoltooide vierde deel geeft alleen

1893 en rP; *g T^'r uf* Ld'eVre' Lea Racea et le* La"^s, Paris 1893, en Geo.g von der Gabelentz, Die Sprachwissenschaft, ihre Aufgaben,

Methoden, etc. Leipzig 1891, 2te Aufl. 1901.

Sluiten