Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denis gesproken in talrijke dialecten, die tot minstens vijf groepen terug te brengen zijn, ons alle min of meer bekend door oude opschriften en sommige ook door tal van geschriften, het Dorisch en Aeolisch door eenige, het Ionisch door eene rijke litteratuur, die met de (uit het Aeolisch vertaalde) Homerische epen, Ilias en Odyssea, begon, voortging o. a. met Herodotus' Historiën en Hippocrates' geschriften en vooral tot grooten bloei kwam te Athene, waar het Attisch dialect heerschte, dat als een zelfstandig ontwikkeld onderdeel van het Ionisch te beschouwen is en als schrijftaal o. a. door de Atheners Thucydides eu Xenophon, Plato, Dernosthenes en de andere redenaars, als prozaschrijvers, en door Aristophanes en de tragici (behalve in de koren), als dichters, met hunne meesterwerken tot eene classieke taal is gemaakt, die ook buiten Attika werd gebruikt

Dat Ionisch werd (buiten Attika) gesproken op Euboea, de Kykladische eilanden en in de koloniën aan de Lydische en ten deele ook Karische kust van Klein-Azië met de eilanden Chios en Samos. Naast dat Ionisch treedt als tweede dialectgroep op den voorgrond het Dorisch, gesproken door de Spartiaten in Lakonika (met de koloniën Tarente en Herakleia), in Messenië, in Argolis en op het eiland Aegina, in Sikyon en Korinthe (met Korkyra), in Megaris (niet de kolonie Byzantium), in de talrijke koloniën op Sicilië (Syracuse, Agrigentum, enz.), op Kreta, op verschillende eilanden van de Aegaeïsche Zee, zooals Melos, Thera, Astypalea, Kar pathos, en aan de Karische kust met Kos en Rhodos. In het Dorisch schreven o. a. de leerlingen van Pythagoras en min of meer zuiver ook de lierdichters Alkman en Pindarus van Thebe. De derde groep, het Aeolisch, werd gesproken in Boeötië en Xoord-Thessaliö, op de Mysische kust van Klein-Azië met het eiland Lesbos en misschien ook op Kypros en in Arkadië. In Aeolisch dialect zijn o. a. de lierdichten van Sappho en Alcaeus en van de Boeötische dichteres Corinna geschreven. In de vierde dialectengroep vat men de JVoordwest-Qrieksche tongvallen samen: die van Epirus, van Akarnanië, van Aetolië, Phthiotis (of Zuid-Thessalië), Lokris en Phokis. Misschien behooren er in de Peloponnesos ook de tongvallen van Achaia en Elis toe. Als vijfde dialectengroep staat geheel afzonderlijk het Pamphylisch in Klein-Azië, terwjjl het van het Macedonisch wegens de uiterst geringe overblijfsels nog niet met volkomen zekerheid is uit te maken, in hoever het tot

Sluiten