Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste lettergreep en de g der voorlaatste, na eerst i geworden te zijn. De v (b) is in het Fransch en Spaansch vóór den klemtoon onder den invloed van labiale klinkers gesyncopeerd. Natuurlijk gaf die syncope van medeklinkers overal, maar voornamelijk in het Fransch, tot allerlei samentrekking van klinkers aanleiding; maar ook de medeklinkers zijn op allerlei wijzen geheel of gedeeltelijk geassimileerd.

Andere klankeigenaardigheden zijn het verdwijnen van de h (zie bl. 196 vlg), het voorvoegen van een klinker vóór de aanvangs-s -J- medeklinker (zie bl. 197), de mouilleering van l en n (zie bl. 173 vlg) en het spirantisch worden der halfklinkers. Yoor het Fransch (oorspr. alleen de tongval van Ile de France, later de algemeene beschaafde taal van Frankrijk) is eigenaardig de palataliseering van c en <j tot tsj en dzj, die later weer sj en zj (geschreven ch en g) werden, vóór de a, welke dan zelf met klemtoon ie en zonder klemtoon e werd, bv. cl tien uit canem, cheval uit cabaïïum, Oudfr. juqier uit judigare voor judicare. Later is die ie dikwijls weer e geworden. In het Italiaansch is s in sj overgegaan (geschreven sc) vóór i, bv. bij scimmia uit simia, en is na c (= k) geschreven ch), y (geschreven gh), p, b en /'eene i (eigenlijk j) ontstaan door de sterke mouilleering eener oorspr. op deze consonanten volgende l (zie bl 297). In het Fransch is (gedekte) l gesyncopeerd na klinkers, nadat voorafgaande a tot au (= o), bv. bij auire uit altre, u of o tot ou (= NI. oé), bv. bij out re uit ultra, sou uit soldus voor solidus, e tot eau (= o), bv. bij beaux uit leis, en i, ie tot eu, ieu, bv. bij eux uit illos, eieux uit ciels, geworden waren.

Van de Latijnsche tweeklanken zijn ae en oe (trouwens reeds in het Latijn zelf) in alle Eomaansche talen é of è geworden; maar ai werd dat alleen in 't Sj>aansch en jonger Fransch (geschreven «»); au monophthongeerde tot o in 't Italiaansch, Spaansch en Fransch (zie bl. 177), doch in eene ongeaccentueerde lettergreep vóór eene andere, waarin u voorkwam, was reeds in 't Vulgaarlatijn au in a overgegaan, bv. bij Lat. augustus, Ylat. agushts, Ital., Spaansch agosto, Fr. aoüt. Over de menigvuldige klinkerveranderingen kunnen wij hier, zonder tot al te groote uitvoerigheid te vervallen, niet in nadere bijzonderheden treden; alleen moet met een enkel woord gewezen worden op de aan 't Fransch en Portugeesch eigen nasaleering van iedere vocaal door volgende nasaal, ofschoon in 't jonger Fransch die nasaleering zich alleen handhaafde, -wanneer de nasaal de

Dr. Jan te Winkel, Geschiedenis der Xedeiiandsche laai. '28

Sluiten