Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wales, ons reeds bekend uit gedichten en prozawerken, die misschien tot de 6de eeuw opklimmen, maar in elk geval niet vóór de 11de eeuw, en meestal zelfs vrij wat later zijn opgeschreven. De voornaamste er van zijn uitgegeven onder den titel van Myvyrian (door O wen Joxes, 1801—7) en van Mdbinogwn (ontleend aan het Lh/fr Cocli o Hr.rrjest of „Roode boek van Hergest" door Cuarlotte (tuest, 1838—49, en later door John Eiivs, 1887).

Tot het Kymrisch behoorde eertijds ook het Cornisch of de taal van Cornwallis, die men in den oudsten vorm kent door eene Latijnsch Cornische woordenlijst uit de 12de eeuw, maar die nu al langer dan eene eeuw uitgestorven is. Daarentegen handhaaft zich nog het Armoricaansch of Bas-Breton, de taal der Bretons in Frankrijk, die daarheen sedert de 5de eeuw uit Cornwallis gevlucht zijn, om hunne onafhankelijkheid tegenover de Angelsaksen te kunnen bewaren, en die later nog door nieuwe aankomelingen uit Groot-Brittanje versterkt zijn1). Ofschoon onderdanen van frankrijk en dus meerendeels ook Fransch sprekend, blijft de bevolking van het Westelijk gedeelte van Bretagne nog trouw vasthouden aan hare taal, die onder hen van den kansel gesproken wordt. Er zijn ook oude, nog uit de middeleeuwen dagteekenende, liederen in gedicht, die onder den titel Barzaz-Breiz zijn uitgegeven door H. de la Villemahqué (4e dr. 1846). De bekendste beoefenaar dezer taal is H. u' Arbois j>e .Tubainviile 2).

De voornaamste der Gadhelische talen is het Iersch, met eene rijke middeleeuwsche litteratuur, beginnende met een leven van St. Patrick uit de 10de eeuw, in ouderdom alleen door te Würzburg en te Carlsruhe bewaarde glossen overtroffen, beide o. a. uitgegeven door Whitt.ey Stokes in 1887. Van de wat latere, zeer belangrijke, half sage- half romanlitteratuur, o. a. met Finn en zijn zoon Ossin als dichterlijke helden, en o. a. overgeleverd in het Lchor na linidre en het boek van Leinster, is een groot deel uitgegeven door Ernst Windisch („Irische Texte mit Wörterbuch", Leipzig 1880—87), van wien wij o. a ook eene „Irische Grammatik" (Leipzig 1879) hebben. Behalve het Mankisch, het nu zoo

1) Zie .T. Loth, L'émigrotion bretonne en Armorique, Pa ris 18S3.

2) Van E. Ernault hebben wij een Glossaire moyen-breton Saint-Brieue jg95_g0, van Victor Ilenry een Lexique éti/motogique du Breton moderne, Hennes 1900. Vooraf (1850) had ook reeds J. F. M. M. A. Ie Gonidec een woordenboek niet spraakkunst van het Bretonsch uitgegeven.

Sluiten