Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar hart, die nog spreekt van God, van de eeuwigheid, van den hemel, het heiligdom harer gebeden, dat men haar is komen ontrooven, dat men heelt ontheiligd en bezoedeld. Nogtans, hoe bezoedeld en ontheiligd dit heiligdom ook zijn moge, hoewel het graf geopend is, zij kan het niet verlaten, zij moet er weder heen, zij zal zich tevreden stellen met de bouwvallen van haren tempel. Waar elders ook zou zij heengaan ? Zij plaatst zicli daar wederom, nu niet zittende en starende, maar staande en weenende ; dan eens nederbukkende naar het graf, dan weder zich omkeerende; maar ook wanneer haar blik zich vestigt op het graf let zij tocli niet op hetgeen zij ziet. liet is te vergeefs dat zij blinkende gedaanten in liet graf ontdekt, levende wezens in witte kleederen, zij denkt er niet aan, zij bemerkt ze niet; zij ziet slechts dit ééne, dat het lichaam dat zij kwam zalven daar niet meer is, zij denkt slechts dit eene: het is geroofd.

Zij verneemt het woord: Vrouw, wat weent gij? Zij denkt niet na over het vreemde van deze vraag, van deze stemmen oprijzende uit liet graf. Zij vraagt niet van wie deze stemmen zijn. Zij antwoordt, zoo als diegenen antwoorden die slechts ééne gedachte hebben en ééne spraak verstaan, en hare geheele ziel leett in dat antwoord: Omdat zij mijnen lieer weggenomen hebben, en ik weet niet waar zij hem gelegd hebben; en zij keert zich achterwaarts, en denkt niet meer aan hare ondervragers.

„ Vrouw wat weent gij?" — Is deze vrouw, die daar weende aan den ingang van het geopende graf van den Christus, omdat men haren Heer heeft weggenomen, niet het beeld van vele zielen die den Heer liefhebben, en die ook spreken : Zij hebben mijnen lieer weggenomen uit het graf, en wij weten niet waar zij hem gelegd hebben ? ilen had hem zulk een schoon gedenkteeken opgericht, een nieuw graf gehouwen in een rots ; en ziet het gedenkteeken is daar, maar Hij is er niet meer. Men had zijne natuur, zijn werk, zoo schoon, zoo schoon beschreven: men dacht het voortduren van zijnen invloed, en de zuiverheid van zijn woord, zoo goed te hebben gewaarborgd ; en ziet. de vijanden hebben

Sluiten