Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen liet eerste gedeelte van ons tekstwoord : waar ik henenga kimt gij mij nu niet volgen; maar ook liet tweede: maar gij zult mij namaals volgen.

II.

Waar ik henenga zult gij mij namaals volgen. Dat was een troostwoord voor den apostel, die zich in zijn onbedachtzamen en vermetelen ijver met zoo veel gestrengheid had beteugeld gezien. Het was eene belofte van verlossing, wel geschikt om den indruk te verzachten van liet voorafgaande harde woord des Heeren ; eene belofte waardoor hij werd voorbereid om liet volgende richtende woord te hooren, dat hij den Meester driemaal zou verloochenen. Het was een verlossingswoord, hierin te vergelijken met de paradijsbelofte, dat het aan het woord des gerichts vooraf ging. Eerst de vertroosting, dan de verootmoediging. Zoo als toen het woord : het zaad der vrouwe zal de slang den kop vermorzelen vooraf was gegaan aan het woord : het aardrijk zij vervloekt om uwentwil; zoo gaat ook hier het woord: gij zult mij namaals volgen vooraf aan het ontzettend : voorwaar voorwaar, de haan zal niet kraaien, tot dat gij mij driemaal verloochend zult hebben.

„Gij zult mij namaals volgen." Vraagt gij wat dit woord beduidt: eene eerste verklaring vindt het in dat andere woord dat de verrezene tot den vernederden, gebrokenen, verbrijzelden jonger spreekt aan de zee van Tiberias: Volg mij. * Voorwaar, voorwaar, zeg ik u, toen gij jonger waart, gorddet gij u zeiven en wandeldet alwaar gij ivüdet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zoo zult gij uwe handen uitstrekken, en een ander zal 11 gorden en brengen waar gij niet wilt .... Vólg gij mij." Nu was de tijd gekomen dat het woord der belofte in vervulling ging: gij zult mij namaals volgen.

Sluiten