Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En vraagt gij hoe die belofte vervuld is ? Zie hier eene tweede en duidelijke uitlegging van den zin dier belofte, de uitlegging door de geschiedenis daaraan gegeven. Deze uitlegging begint met den pinksterdag, wanneer wij Petrus zien staan met de elven en spreken, — even verwijderd van de angstige overleggingen der menschenvrees als van de opgeblazenheid van den eigenwaan, maar met de kalmte der bedachtzaamheid, met de beradenheid van den moed, met de vrijheid der liefde, — spreken, zeg ik, om van den gekruisigde te getuigen aan die duizenden van Joden en Jodengenooten in den tempel verzameld en te zamen gebracht op het gerucht der dingen die geschiedden in de opperzaal der Galileërs. Maar daarmede houdt deze uitlegging der geschiedenis niet op. De eerste discipelen hebben geen pinksterfeest gehad van één of twee dagen, om zich daarna weder optesluiten in hunne huizen om de vreeze der Joden. Deze eerste pinksterdag was eene inwijding voor de volgende. Hun feest nam een aanvang op dien dag te Jeruzalem, toen zij met andere tongen begonnen te spreken de groote dingen Gods ; maar dat feest werd voortgezet hun leven lang, zich als bij afwisseling openbarende hetzij in profetie en prediking, hetzij in overdenking en gebed. I)e eerste pinksterdag was als het ontspringen van de bron ; maar nu vloeit de stroom immer voort, dan eens helder, kalm en diep, dan weder woelend en schuimend zich een weg banend tusschen de hindernissen; nu eens onder de aarde verborgen, dan weder met vernieuwde kracht en klaarheid te voorschijn tredende. Zoo was hun pinksteren. Hun feest hield niet op bij een of twee dagen, om op vastgestelde tijden weder te keeren, het was onafgebroken ; wat zeg ik, het duurt nog, en ik vermoed dat het aan heerlijkheid en vreugde niet is af- maar wel toegenomen, en dat zij thans eerst recht beseffen wat liet zegt in nienwe talen de groote dingen Gods te verkondigen. Thans toch is er van die nieuwe talen geene uitlegging meer noodig, omdat het onderscheid is uitgewischt tusschen de nieuwe en de oude, en de nieuwe ontledende taal der verrukking niet meer aan de oude des verstands overstaat, maar zij

Sluiten