Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij, van liet eene kruis naar het andere gesleept, geëindigd is met een zelfde kruis als dat des meesters, een kruis van hout en een beul van vleesch en bloed. Hij heeft het begrepen dat de weg tot de eeuwige heerlijkheid een weg is in den nacht, en dat men niet komt op den top van den Olijfberg dan na eerst geweest te zijn aan den voet in den hof van Gethsemané. Hij heeft het begrepen, meer nog dan door zijne driemalige verloochening, welk een overmoed er gelegen was in dat woord: „Meester ik ben bereid met u te gaan ook in de gevangenis, ook in den dood.''' En toch voor alles ter wereld had hij geen anderen weg gewild dan dien; toch was het zijne heerlijkheid, te kunnen zeggen: „Nu een weinig tijds bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen; opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus (I P. I, 6). Dat is genade, indien iemand om het geweten voor God zwarigheid verdraagt, lijdende ten onrechte (II, 19). Geliefden, houdt u niet vreemd over de hitte der verdrukking onder u, die u geschiedt tot verzoeking, alsof u iets vreemds overkome, maar gelijk gij gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, alzoo verblijdt u: opdat gij ook in de openbaring zijner heerlijkheid u moogt verblijden en juichen (IV, 12, 13)."

„Heere, ik ben bereid met u ook in de gevangenis en in den dood te gaan.''' Ja nu, nu hij zou aarzelen wellicht het te zeggen, nu was hij bereid, bereid, niet als toen, toen hij in eene rassche gemoedsbeweging, waaraan geweten en rede weinig deel hadden, het zwaard trok, en zich zonder den Meester wel zou hebben laten ketenen en in de gevangenis leiden; maar bereid, omdat hij over zich zeiven heer, wetende in wien hij gelooft, aan de wereld het getuigenis des kruises brengt, in de verwachting dat hij met dat getuigenis zelf aan het kruis gebracht wordt. Hij is bereid, hij hoort niet meer het woord: Waar ik henenga kunt gij mij niet volgen; neen, hij volgt, hij volgt;

II. Ü

Sluiten