Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is deze bewering u vreemd, dat, om het woord (>ods te hooren, er een spreken Gods in ons zoowel als een spreken Gods tot ons moet plaats vinden? O, wellicht levert gij zeiven die u verwondert het bewijs voor de waarheid dezer bewering. Hebt gij den bijbel niet gelezen? Hoort gij niet uit en over den bijbel prediken? Hebben de roepstemmen van dien bijbel niet in uwe ooren weerklonken? O, in uwe ooren weerklonken zij, met uwe oogen hebt gij die gewijde bladen gelezen, met uw verstand wellicht haren inhoud overpeinsd. Maar heeft daarom uw hart die roepstemmen erkend, het woord Gods gehoord? Behoort gij ook wellicht tot hen, die daar sedert langen tijd geen acht meer op geven en vast voorgenomen hebben zich niet meer met hun haitte bemoeien, omdat hun dit eindelooze onrust zou veroorzaken, en die toch daarom niet ophouden den bijbel te lezen en de godsdienstoefening bij te wonen; en die nu om die uitwendige werken gerust zijn voor hunne toekomst? Is dat Gods woord verstaan? Is dat God liefhebben? Om God lief te hebben is eene persoonlijke openbaring noodig, moet men door God geroepen worden; en om door God geroepen te zijn, is er nog iets anders noodig dan bekendheid met de letter der schrift. Wat dan? vraagt gij wellicht. Worden er Godsverschijningen, zooals die waarvan de bijbel verhaalt, stemmen, gezichten en droomen vereischt? Verre zij het van mij om de waarachtigheid te ontkennen van die wegen, langs welke Gods geest somtijds tot menschen komt, de wegen der zinnen, der fantazie, der verbeelding. Er is in den menschelijken geest een vermogen van aanschouwing dat voertuig kan worden voor de openbaringen Gods, die dan gezichten of zelfs verschijningen kunnen worden, een vermogen, waarvan wij zien dat God zich bediend heeft, om tot het binnenste van den mensch door te dringen, dat is tot zijn geweten. Op dit vermogen berust het geheele stelsel van zinnebeelden (symboliek), in de schrift zoo rijkelijk aangewend, dat is het stelsel dat in de zichtbare wereld de teekenen ziet der onzichtbare.

Maar hoe wettig die weg ook zij — wettig, omdat hij niet van

Sluiten