Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ach! hoe zwak zijn zij, hoe wankelend zijn hunne schreden, hoe onmachtig zijn zij: is dat het nieuwe leven waarop zij roemen ? Is dat wat zij van hunnen Christus ontvangen ? Gij kent ze niet. 't Is om 't even: zij zijn geleend. Zij zijn gekend daarboven, gekend bij den Vader, gekend bij den Zoon, gekend bij zijne heilige engelen, gekend als geroepen door den Vader, vrijgekocht door den Zoon, geheiligd door den H. Geest, gekend, in hunne tegenwoordige ellende, als reeds kinderen der heerlijkheid. Pelgrims zijn zij op aarde, maar vooruit gekend als burgers van den hemel ; nu nog strijdende maar vooruit gekend als overwinnaars: nu nog bezoedeld maar vooruit gekend als bekleed met witte kleederen; nu nog veracht maar vooruit gekend in die gelijkvormigheid aan den eengeboren Zoon die hunne bestemming is. Hen die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd den heelde zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat hij de eerstgeborene zij onder vele broederen.

III.

Dat is dus de bestemming dergenen die God liefhebben: gelijkvormig te zijn aan het beeld van Gods zoon. Gelijk hij verheerlijkt is, zoo moeten zij met hem verheerlijkt worden. Gelijk hij door lijden in de heerlijkheid is ingegaan, zoo ook moeten zij door lijden in de heerlijkheid ingaan. Die bestemming nu is zeker en onfeilbaar. Hare vervulling hangt niet af van de willekeur des menschen, en is niet blootgesteld aan het wankelen van zijnen wil. Zij is het gevolg van een eeuwig voornemen Gods; en dat voornemen, in Gods natuur zelve gegrond, is onveranderlijk als Hij; het is het noodzakelijke uitvloeisel van die natuur. Dat eeuwige voornemen is hierin gegrond dat de Zoon Gods, de Christus, bestemd is om broeders te hebben, om de eerstgeborene onder vele broederen te zijn. Zij dus die zijne broeders zijn geworden hebben deel aan zijne heerlijkheid. Hen die God te voren gekend II. 10

Sluiten