Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling tusschen het inwendig wezen van den Christus en zijne uitwendige lotsbedeeling was slechts de krachtigste, de snijdendste uitdrukking van den tweestrijd die er bij de menschheid bestond tusschen hare behoeften en de werkelijkheid. Welnu, door zijne opstanding uit de dooden is die tweestrijd geëindigd, de vijandschap te niet gedaan, de dood overwonnen, de Geest heeft de heerschappij behouden, niet buiten maar in de natuur. Het deïsme dat aan God eene plaats wil aanwijzen buiten de werkelijke wereld is door het feit der opstanding eene armzalige en ten eenenmale verwerpelijke oplossing geworden van het wereldraadsel. Die oplossing ligt in de werkelijkheid zelve, in de geschiedenis. God is in Christus en openbaart zich in hem als de almachtige geest, beheerscher van de stof. , Mijn Heer en mijn God."'' Hierin ligt voor allen die de behoefte gevoelen om God in den mensch te vinden de voldoening dier behoefte, de oplossing van liet raadsel der wereld.

Maar nu, ten tweede, is die voldoening werkelijk gegeven? Is de opstanding, waarin die voldoening ligt, eene werkelijkheid, een historisch feit? Indien dit zoo is, dan moet liet afdoende bewijs daarvoor in de voldoening zelve gelegen zijn. De hoogste waarheid toch — en hier geldt het de hoogste waarheid — kan niet bewezen worden op de gewone wijze, namelijk door vergelijking met en toetsing aan andere waarheden van gelijke of lioogere orde. Zij is gegeven en zij wordt erkend zoodra men op het rechte standpunt staat om haar te erkennen. Wij hebben dus slechts te vragen: waar is dit standpunt? Met andere woorden : welke eigenschappen geven ons de bevoegdheid om hier ons oordeel te vellen? Het voorbeeld van Thomas leert het ons. Zedelijke eigenschappen alleen steller, ons in staat tot dit oordeel: een geopend hart, een ontwaakt geweten alleen kan hier beslissen. Een iegelijk die in Thomas behoefte, 0111 God in den mensch te vinden, deelt, is hier bevoegde rechter; een iegelijk die deze behoefte niet kent, is onbevoegd. Neen, niet door op gezag der kerk haar leer aan te nemen, ook niet door opsomming en aaneenschakeling

Sluiten