Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opstanding, zijne lichamelijke verrijzenis uit het graf noodig heeft, hij heeft de macht van het woord van Christus nog niet ondervonden, hij kent de levensgemeenschap met den heilige niet. Die zien wil kan niet gelooven. Het geheele gebied van het zienlijke, stoffelijke, lichamelijke ligt buiten het gebied des geloofs. 's Menschen geweten erkent in de woorden en werken van Jezus zijne heiligheid en stemt daarmede samen. Deze samenstemming is de kracht der wedergeboorte. Daardoor openbaart zich de Christus als opstanding en eeuwig leven. Hij is liet geestelijk. Te gelooven dat hij liet stoffelijk is, is kinderlijkewaan. Wonderen zijn mythe en poesie.

Wat zullen wij tot deze dingen zeggen? Zullen wij eenvoudig de ooren sluiten en verontwaardigd onze kieederen verscheuren en het anathema roepen? Dat deed ook Kajaphas en de joodsche raad. Zulk een toorn is vleeschelijk en volbrengt den wil Gods niet. Zulk een toorn is een teeken niet van geloof, maar van vrees. Vrees nu is nimmer uit het geloof. Die gelooft vreest niet, is dus niet ingespannen en koortsachtig gejaagd. Er is voorzeker een wettige, een heilige toorn, een toorn vol geloof en vol liefde, doch deze is kalm, d. i. men toornt zich zelf bezittende, wetende waarom en waartoe.

Laat ons dan onderzoeken, ot er in hetgeen alzoo beweerd wordt, ook iets mocht gevonden worden dat niet te verwerpen is en waarmede wij winst kunnen doen. Vooreerst moet dit ons al aanstonds treffen en gij die den bijbel kent moet bij eenig nadenken dit terstond toestemmen dat deze aanval eigenlijk niet geldt de schriftleer omtrent de opstanding, maar eene tamelijk algemeen verbreide godgeleerde meening, die ook ik niet aarzel als verouderd te beschouwen, omtrent de schriftleer.

De wonderen zouden zijn steunsels der waarheid van buiten aangebracht, bewijzen in de stoffelijke wereld tot staving en handhaving van de waarheid en goddelijkheid van Jezus' persoon, leer en werk. Nu wordt deze voorstelling wel in godgeleerde stelsels en leerboeken aangetroffen; maar ik vraag u: waar vindt

Sluiten