Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onverklaard dat de menschen het xvoord dood hebben uitgevonden en daaronder in alle talen iets verstaan dat geen leven is. Met beide oplossingen verliest men ook tevens alle reden om aan persoonlijke onsterfelijkheid te gelooven, en indien men daar toch aan vasthoudt, zooals gewoonlijk geschiedt, is het een bewijs te meer dat s menschen geestelijke aanleg zicli niet verloochenen kan, als is het dat zijn verstand stelsels omhelst met dien aanleg in strijd. Neen, er is slechts ééne oplossing van het raadsel des doods, ééne die redelijk is en ten slotte ook vertroostend ondanks hare schijnbare hardheid: het is die, welke in den dood geen accoord maar een wanklank ziet, geene welluidende samenstemming van de snaren der levensharp maar eene verbreking dier snaren, geen ontwikkelingstrap maar eene stoornis der ontwikkeling, in één woord, de bijbelsche leer die daar zegt dat de dood is de bezoldiging der zonde. En dan begrijpen wij, dat hij die geen zonde gekend heeft, indien hij heeft moeten sterven om ons gelijk\ ormig te zijn, heeft moeten opstaan uit de dooden om den geest der heiligmaking die in hem was. Wij begrijpen dat liet niet mogelijk was dat de heilige Gods liet bederf aanschouwde, uiet mogelijk dat hij van de banden des doods gehouden wierd. Neen, dat was niet mogelijk. Niet de opstanding des Heeren, maar zijn sterven is een wonder. Nog eens, een van beide: de dood is iets natuurlijks en regelmatigs, een ontwikkelingspunt in het menschelijke leven, en loochent dan vrij de opstanding van Jezus Christus maar verklaart mij tevens den natuurlijken afkeer die al wat leeft heeft van den dood, verklaart mij de zinnebeeldige gebruiken van alle volkeren bij begrafenissen, hebt den moed om te zeggen, dat de consciëntie der menschheid, de consciëntie van alle volkeren ten alle tijde gedwaald heeft, tot dat de ervaring onzer negentiende eeuw ons de waarheid heeft geopenbaard. Of wel: de dood is openbaring van zedelijke wanorde, rechtvaardig oordeel van den heiligen God over den zondigen mensch, de bezoldiging der zonde, en dan begrijpt gij dat de verlosser van zondaren heeft moeten sterven en opstaan uit de dooden, sterven

Sluiten