Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de heerlijkheid des Hecren als in eenen spiegel, opdat wij naar dat beeld in gedaante veranderd worden, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heer en Geest (2 Cor. III: 18)?

Anderen weder, den geestelijken aard van het evangelie op den voorgrond stellende en wel inziende dat 's menschen heerlijkheid niet bestaat in zijne werken maar in zijn wezen, niet in hetgeen hij doet maar in hetgeen hij is, aarzelen niet te verklaren dat het christelijk leven niets anders is dan het leven der consciëntie, dat er tusschen Christus en de consciëntie geen onderscheid is. Helaas, zoo roept de eene afgrond den anderen op het geluid zijner wateren. Wat is dan het leven der consciëntie, wat anders dan onrust, onvrede, tweespalt, een leven dat ons uitdrijft naar hem die vrede heeft en vrede geeft? Wat is de consciëntie anders dan een ledig vat, dat gevuld moet worden, eene vraag die haar antwoord, een gebed dat verhooring zoekt? O, Christus zij de inhoud der consciëntie, en wij zijn bevredigd en sterk. Christus zij de inhoud der consciëntie, en zijn leven deelt zich aan ons mede in de gelijkheid zijns lijdens en in de gelijkheid zijner heerlijkheid. Christus, zeg ik; dat is niet een denkbeeld, eene afgetrokkenheid, een naam om het christelijk leven zinnebeeldig voortestellen; maar de persoonlijke, historische Christus, hij dien wij in het geloof met eer en heerlijkheid gekroond zien, nadat hij een weinig minder was geworden dan de engelen.

Eerst dus in de gelijkvormigheid zijns lijdens, dan in de gelijkvormigheid zijner opstanding. Eerst dit moeilijke, dagelijksche werk om te sterven, zich zeiven en der wereld af te sterven, het vleesch en zijne begeerlijkheden te kruisigen en door vernieuwing des gemoeds veranderd te worden, om der wereld niet meer gelijkvormig te zijn. Dan de heerlijkheid die in ons moet geopenbaard worden, de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams. Het eene is onafscheidelijk van het andere. De Geest van Christus, die ons aan de wereld die voorbijgaat ontrukt, bereidt ons voor de wereld die blijft. Door ons te verlossen van de heerschappij des vleesches legt die geest in ons de kiemen

Sluiten