Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I op hetgeen hij vraagt,

II op hetgeen hij ontmoet,

III op hetgeen hij verwacht,

IV op hetgeen hij ontvangt,

V op hetgeen li ij doet.

De Geest des Heeren heilige deze overdenking aan onze harten.

I.

De man daar aan de deur des tempels gezeten bad de voorbijgangers „dat hij een aalmoes mocht ontvangen." Anders heeft hij niets te vrage'n. Geene andere behoefte schijnt hij te kennen. Ach, dat wij in hem het beeld moeten zien van zoo vele armen. Zij zien niet zoo met afgunst althans met zelfzuchtig verlangen op naar de meer gegoeden. Hun oog is smeekend, hun taal roerend om aalmoezen te ontvangen. Wat ons deert in dien toestand is nog minder de aanblik van dien tijdelijken nood. de treurige ondervinding die dagelijks te maken is dat in onze vrije, christelijke maatschappij nog zoo onnoemelijk velen het slavenjuk dragen der bekrompenheid, der ellende, dat maatschappelijke welvaart waar zij sommigen met schatten overlaadt niet beletten kan dat anderen ook het noodigste ontberen; het is veeleer de voor de menschelijke natuur zoo vernederende waarneming dat armoede vaak ontadelt, ja verlaagt en verdierlijkt, dat bekrompenheid van levensomstandigheden ook veelal den geest verstompt en hoogere behoeften onderdrukt. Zoo zijn er dan velen die geen ander streven kennen, geene andere taak zich voorstellen dan 0111 liet sobere stuk brood te vinden ten einde in eigen behoeften en die van hun huisgezin te voorzien.

Maar wat spreek ik van armen en van schamele behoeften ?

Sluiten