Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel gebruiken om daarmede beide aanteduiden: het gesticht worden en het stichten van anderen) den stichtelijken mensch.

Zie hier den eerste. Gij nadert den opgeblazene. Gij gevoelt reeds, naarmate gij hem nader komt, iets beklemds, iets gedwongens. Gij gevoelt u niet meer vrij. Gij vreest iets te zeggen of te doen dat hem kwetse. Zijn uiterlijk schijnt eerbied, ik zeg niet in te boezemen, maar af te eischen. Het is alsof hij u toeroept dat gij met een belangrijk mensch te doen hebt, die, als hij het niet beneden zich acht zich met iets te bemoeien, daarvan zelt geen eer inoogst maar daaraan eer mededeelt, wat het ook zij. Ondanks u zeiven zijt gij, als gij tot hem spreekt, met zijnen persoon bezig; gij verliest het rechtmatig vertrouwen op eigen oordeel, of liever het gevoel dat er boven hem en u een hoogste rechter is, die de geest der waarheid genoemd wordt; gij gevoelt niet te ademen in de vrije lucht van dien geest der waarheid, gij gevoelt eene zware atmosfeer, een ongezonde lucht op u drukken, het is u benauwd in deze omgeving; gij wenschtet wel de tooverkracht van dien invloed te verbreken, gij vermoogt het niet, die man heeft de gave u zijn gezag op te leggen, hetzij hij spreke hetzij hij zwijge. Hij zwijgt liefst: dit zwijgen is hoog en voornaam, hij geeft u gaarne den indruk dat zijne gedachten te hoog voor u zijn dat gij te alledaags zijt om hem te begrijpen. Verwaardigt hij zich te spreken, acht hij u in staat zijne denkbeelden te ontvangen, merkt op hoe bekwaam hij is om liet gesprek te wenden van de besprokene zaak tot zijn eigen persoon. Na eenige beslissende uitspraken, die u toonen moeten dat voor hem de zaak waarover gij spreekt onherroepelijk beslist is, dat eene herziening van zijn oordeel niet is toetelaten, weet hij zich weldra als martelaar voortestellen van zijn hooger licht, slachtoffer van de oppervlakkigheid of ondankbaarheid zijner eeuw of van de bekrompenheid zijner omgeving. Evenwel, daar zijn gemeenschappelijke belangen waaraan niemand zich vermag te onttrekken, wij kunnen in de maatschappij niet leven dan onder voorwaarde van deelnemen aan haren arbeid en haar lijden. Welke rol nu speelt

Sluiten