Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch velen, ook onder de vromen, die daarin geen belang stellen, die ook in den godsdienst God niet zoeken maar zich zeiven. Doch alleen door God te vinden vinden wij ons zelf, en dit is het eeuwige leven dat wij God, den eenigen waarachtige kennen, en Jezus Christus dien hij gezonden heeft.

Wat is dan het licht in de natuur? en hoe leert het evangelie ons God alzoo kennen dat wij van Hem zeggen kunnen dat Hij licht is en dat gansch geen duisternis is in Hem? In deze twee vragen beweegt zich onze geheele rede, niet alzoo dat wij ze achtereenvolgens trachten te beantwoorden, maar alzoo dat wij de eigenschappen des lichts, naarmate wij die ontdekken, zullen beschouwen als kenmerken van hetgeen God is naar het evangelie.

I.

Alhoewel, naar het oordeel der natuurkundigen, het licht voor geene bepaling vatbaar is, zoo is het toch mogelijk het licht uit zijne eigenschappen te kennen. Gij begrijpt, dat het ons hier niet te doen is om eene natuurkundige beschrijving van de'eigenschappen des lichts, daartoe komen wij niet te zamen in onze bedehuizen, maar wat voor allen toegankelijk is en verstaanbaar in het woord licht hebben wij 11a te gaan om daaruit de gedachte van den apostel, die toch ook niet voor natuurkundigen schreef, op te helderen.

En dan brengt ons reeds aanstonds het spraakgebruik van alle volken en in alle tijden op den weg. Immers welke taal is er die niet, in de poëtische spraak althans, licht vereenzelvigt met leven? Welk volk kent deze beeldspraak niet, die zoo natuurlijk is dat zij het karakter van beeldspraak bijna verliest, om in het licht het zinnebeeld van leven, in de duisternis het zinnebeeld van dood te aanschouwen? Nu zijn de begrippen omtrent hetgeen leven is wederom zeer verschillend; ja, dit woord zelf is wederom tot een beeld geworden 0111 velerlei zaken uittedrukken.

Sluiten