Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgestaan in de wereld, die niet uit de wereld was, wiens verschijning niet is een nieuwe vorm van denzelfden rusteloozen en wanhopigen strijd van licht en duisternis, waaruit de wereld bestaat; een mensch wiens streven geen sterven was; een mensch wiens woord was, niet: ik zoek, ik vraag, ik streef, maar: ik heb, ik geef, ik daal af, ik heb God, ik geef het leven, ik daal uit den hemel; een mensch, die in het licht was en die zich het licht der wereld noemen kon en moest: daarom kunnen en moeten wij zeggen: God is Jicht en er is in Hein gansch geene duisternis. Zijne opstanding uit de dooden is de noodzakelijke vrucht, de natuurlijke en onverwelkelijke kroon van zijne overwinning over alle machten des doods, allen lust en schiik der wereld in hem en buiten hem. Hij die enkel leven was kon niet door den dood, kon door geen dood gehouden worden. In hem, door de opstanding uit de dooden blijkt het, niet alleen dat de geest bestaat en geen kind noch slaaf der natuur is, maar dat de natuur aan den geest is onderworpen, dat zij de vrucht, zij de dienende is. De oplossing van het wereldraadsel is dus evenmin tweespalt tusschen licht en duisternis, leven en dood, als heerschappij van den dood over het leven. Strijd is niet het laatste woord; de duisternis is niet even goed als het licht, de dood niet als het leven. Boven onzen strijd, ons lijden, onzen dood is er een God, die enkel leven is, die geen dood in zich toelaat, die geen lijden kent en in wien geen strijd is. Is de wereld opvolging van licht en duister, leven en dood, is dit, ja, gelijk de materialisten zeggen, de kringloop des levens: het is niet het eeuwige. Geene eindelooze zelfvernietiging is het geheim der beweging, maar eindelooze schepping uit het eeuwige. Boven de schepping, als haar licht, haar kracht, haar leven, leeft en regeert Hij die enkel licht is, de heilige, de levende God. Dit is in Christus openbaar geworden. Dit is de verkondiging, die wij met goddelijke taal, de taal der geschiedenis, die wij dus van God zeiven gehoord hebben, in zijn woord dat vleesch is geworden, dat God licht is en dat geene duisternis is in Hem.

Sluiten