Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mentische schrijvers den salomonischen geest en den saloraonischen stijl. Wijsheid is hem hetzelfde wat zij is in het boek der Spreuken: niet iets verstandelijks, iets leerstelligs, maar iets zedelijks en praktisch; meer eene kunst dan eene wetenschap, de kunst namelijk van wel te leven, mits men dit woord kunst opvatte in christelijken zin, en er onder versta niet eene aangeleerde vaardigheid maar eene genadegave. Ziet hoe hij oordeelt over de wijsheid deigenen, die daar meenen dat verstandelijk inzicht in de waarheid bovenal het kenmerk is van een zuiver en levendig geloof: Wie is wijs eii verstandig onder u? Die bewijze uit zijnen goeden wandel zijne werken in zachtmoedige wijsheid. Maar indien gij bitteren nijd en twistgierigheid hebt in uw hart, zoo roemt en liegt niet tegen de waarheid (namelijk door te zeggen dat gij de waarheid hebt). Deze is de wijsheid niet, die van boven afkomt, maar is aardsch, natuurlijk, duivelsch. Het oordeel luidt niet zacht, maai de zachtmoedigheid die tot het wezen der ware wijsheid behoort wel verre van een zeer bepaald en streng oordeel over alle onwaarheid en schijnheiligheid uit te sluiten, vereischt die veeleer. Het anathema worde uitgesproken over de zonde, niet over den

zondigenden mensch.

Deze dwaling nu, waartegen Jacobus den ganschen brief door ijvert, die den zetel des geloofs bovenal in het verstand stelt, zoodat het wezen des geloofs hoofdzakelijk, althans aanvankelijk, gelegen zou zijn in verstandelijke kennis, deze dwaling is zij niet algemeen, algemeen zoowel onder rechtzinnigen als onder vrijzinnigen? Ook zij bij wie overigens in waarheid het zwaartepunt des geloofs in het hart gelegen is, verkeeren zij niet vaak in dezelfde dwaling, al is het ook dat zij volkomen beamen dat het geloof zonder de werken dood is? Achten zij de heiligmaking niet eer te zijn een toevoegsel tot, dan de openbaring van het geloof ? En wanneer zij zeggen dat het geloof zich in het leven moet toonen, vergeten zij dan niet meest dat het geloof zelf leven is?

Deze dwaling nu, niet eenige leer op zich zelve; want de leerstellige uitdrukking des geloofs veracht ook Jacobus niet;

Sluiten