Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoog rijzen de wateren. Zij komen tot de lippen ja tot over het hoofd. Ware het niet alzoo geweest hij zou niet beneden gekomen zijn, niet gedaald zijn op de aarde. De wijsheid die van boven is zoude boven onze hoofden geschitterd hebben, maar niet gewoond in ons midden. Maar bedolven onder de wateren blijft zijne overdenking de liefelijkheid der woningen Gods, en, wie hem ook van God verlaten achte, vrede ademen zijne woorden, ook in de bange Gethsémané-ure, ook in den snijdenden angstkreet zijner ziele: mijn God, mijn God, waarom? Dien vrede geeft hij. Al heeft hij ook in volle mate ondervonden wat alle dienaren Gods in hunne mate ervaren: Ik ben vreedzaam, maar zij zijn aan den oorlog (Ps. CXX:7), toch weten de zijnen dat hij vrede geeft. Zij weten het die zijn woord gehoord hebben: uwe zonden zijn u vergeven. Zij weten het, die hem het evangelie des koninkrijks hoorden verkondigen, en die zijn woord bewaarden in hunne harten. Ja, ook zijne vijanden weten het; want wat verklaart hun bitteren haat, hun onverzoenlijken wrok, dan dat zij zijnen vrede verwerpen. Zijn vredewoord slaat hem aan het kruis. Het zwaard der wereld weert hij niet af, maar laat het nedervallen op zijn hoofd. Als hij gescholden wordt scheldt hij niet tveder, en als hij lijdt dreigt hij niet, maar geeft het over aan dien die rechtvaardiglijk oordeelt (1 Petr. II: 23). Zoo zag de wereld in hem het beeld der wijsheid die van boven is, die eerst is gewijd en daarna vreedzaam.

Hij die recht had over alle dingen, hij deed dat recht niet gelden. Zijne bescheidenheid was aan alle mensclien bekend. Hij stelde geene eischen aan het leven. Geboren in armoede en verdrukking nam hij dien toestand aan en verdroeg ontbering en vervolging. De vossen hebben holen, zeide hij met weemoed, en vogelen des hemels nesten; maar de Zoon des mensclien heeft niet waar hij liet hoofd nederlegge (Matth. VIII: 20). Maar die harde grond die aan zijn voet geen rust gunde, bleef hem toch de geliefde bakermat, Israels heilig erfdeel, en hij ging niet tot de Heidenen, om zich eene plaats te zoeken. Hij die de stormen

Sluiten